
Foto: Schrijver Khaled Hosseini met zijn zoon, Haris Hosseini
Vanochtend bekeek ik op Instagram een nieuwe post van Khaled Hosseini, één van mijn favoriete schrijvers.
Op de foto is een jonge Hosseini te zien, duidelijk familie, met een trots gezicht en een zilveren trofee in zijn hand. Daaronder de tekst:
“So enormously proud of my son Haris for coming in third in Oratory on the big stage at the speech and debate National Tournament in Fort Lauderdale. I appreciate your hard work and many sacrifices, Haris. Keep at it. I love you.”
In deze woorden zit zoveel vaderliefde verpakt dat het me wat doet. Ze vervullen me met warmte. Zo zou het toch moeten zijn?
Ik weet dat het bij ons anders is.
Het laatste samenzijn met mijn eigen vader kwam direct in mijn gedachten op. Een van de weinige keren dat wij elkaar zien. Mijn vader heeft een literaire achtergrond. Ik had mijn vers geschreven verhalen meegenomen, in afwachting van zijn goedkeuring. Hij las de verhalen hardop voor. Daarop volgde een flauw “Mooi” en ging het daarna over andere zaken.
Gezien mijn gezondheid, waardoor ik noodgedwongen niet veel om handen heb, was ik erg blij met de woorden die ik op papier had gezet. Mijn enthousiasme werd helaas niet gedeeld. Het was niet enkel een flauw “Oh, mooi”; uit zijn woorden sprak niet veel gevoel.
Met het gebruikelijke “Dag, jong. Ik zie je snel wel weer” namen we afscheid, altijd afwachtend wanneer dat dan weer is.
Met een leeg gevoel verliet ik de auto.