Zingend ging het licht aan

Vóór ik het wist was hij weg, zijn wapperende witte jas slechts zijn coole air nalatend.
“En dat noemt zich dan mijn nieuwe psychiater”, haalde ik mijn neus op.
Ik legde mijn handen op de toetsen van de piano en dacht even na.
Om mij heen zaten Ruud, Rebecca en Mieke, die mij meenden te bewaken.
“Ik kom zo terug. Maak de andere slapende patiënten niet wakker”, was me door de witte jas gezegd.
Uiteindelijk speelde ik Zeg me dat het niet zo is van Frank Boeijen.
“Maar kun je ook zingen? Dat is de grote vraag”, keek Rebecca me uitdagend aan.
Ik haalde adem, zette in en kweekte zichtbaar verbazing, waarmee ik haar vraag van tafel veegde.
“Wauw, het is zuiver”, zei Mieke, terwijl ze me aan bleef kijken.
“Dank je. Jij heet Mieke, toch?”, vroeg ik haar. Ze knikte.
“Heb jij zo even tijd om met mij een rondje te lopen?”, zei ik zo serieus mogelijk.
“Een rondje lopen mag niet van mijn vriend, sorry”, kwam ze gevat uit de hoek.

Gedurende die minuten was ik piano blijven spelen, tot we een deur open hoorden gaan.
Er verscheen uiteindelijk een rollator in onze deuropening, waarna een kleine gestalte volgde.
“Ja, maar wat is dit allemaal hier!”, zei een gepikeerde vrouwenstem.
Ik keek even van Ruud naar Rebecca naar Mieke.
Zij keken mij aan alsof ze me wilden zeggen: eigen schuld.
“Sorry, ik wilde u niet wakker maken”, zei ik tot slot tegen de vrouw.
“Ja, nou. Ik ben dus wel wakker geworden”, was ze me van repliek.
“Hoe heet u?”, vroeg ik haar vriendelijk. “Ik heet Lucy, jongeman”.
“Aangenaam, Lucy. Ik heet Remi.
Ik zal stoppen met spelen en u terug naar bed brengen”, improviseerde ik.

“Ja, da-ha-g. Dat is juist het hele probleem! Telkens word ik terug naar bed gebracht.
Mag een vrouw van mijn leeftijd niet meer van muziek genieten tegenwoordig?!”.
Ze snauwde me toe: “Hoe oud ben jij?”. “Ik ben 21, mevrouw”.
“Mevrouw, mevrouw, mevrouw! Ga jij mij als snotneus naar bed brengen, net als al die spiechiaters die nog maar net uit het ei komen?!”
Even dacht ik dat ik goud in handen had en wisselde een vlugge sluwe blik met Mieke.
“Nee, u heeft ook gelijk. Ik zal muziek maken, speciaal voor u! Ramses Shaffy misschien?”
“O ja, die ken ik wel, ja. Leuk. Doe die maar dan”, zei ze, terwijl ze inmiddels in een erestoel zat. “Welk nummer?”, vroeg ik. “Wat? Nou. Laat me. Dat lijkt me vrij duidelijk”
Op dat moment kwamen er twee andere wakker geworden patiëntes bij.

“Ik mag u wel, Lucy! Ik stel voor dat we Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk en Bewonder doen”.
“Die ken ik wel! Mag ik mee zingen?”, zei een van de andere vrouwen, die Thiely heette.
De derde vrouw, Marijke, was er slechter aan toe, maar ook zij genoot zichtbaar van dit opstootje. Ik speelde dit nummer, terwijl ik met ze meezong. Ze werden steeds enthousiaster, leefden helemaal op.
De witte jas liet ondertussen langer op zich wachten, iets wat mijn bewaking zichtbaar zorgen begon te baren. We hadden dus nog tijd over.
Ik besloot te vragen of ze Love Shine a Light kenden. Al gauw hadden ze mijn telefoon in handen voor een vergroting van de songtekst en zongen ze luid mee.

“Wat is hier aan de hand?!”, zei mijn gefrustreerde psychiater tot slot, die op het geluid af was gekomen.
“Zingt u met ons mee? We hebben de avond van ons leven!”, zeiden de vrouwen in koor.
“Nee. Ik heb iets voor jou”, richtte hij zich tot mij. Hij haalde een spuit tevoorschijn.
“Dit komt je trouwens duur te staan. Weken geen telefoon, geen laptop, niets”.
“Dat is dan zo”, zei ik. “Ik geloof dat ik jouw afdeling in een halfuur beter gemanaged heb dan jij”. Daarbij schopte ik de spuit opzij en zei: “Kom maar op met je pillen”.

“Zoals je wilt”, zei hij geërgerd, waarna ik de pillen innam en bij mij het licht uit ging.
De volgende dag werd ik pas laat wakker met zowel Mieke als Rebecca aan mijn zij.
Toen ik mijn ogen opendeed zei Rebecca “Hallo koning!” en vertrok.
Mieke bleef bij me. Terwijl ik langzaam wakker werd, zei ze:
“Ik vond je stiekem geweldig. En je zong nog zuiver ook, wat een verrassing!
Hoe ziek ook, zingend ging bij hen het licht aan. Ik ben trots op je, echt waar”.
Ze omhelsde me en zei: “Deze weken komen we samen wel door, dat beloof ik je”.
En zo geschiedde.

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

One thought

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.