Waargebeurd en een voor mij belangrijk stuk.
Iets wat ik met niemand kon delen. Maar het is wel de waarheid.
Wat er gebeurt als het contact dat je met één iemand hebt, waarvan je afhankelijk bent, dusdanig groeit, terwijl je achter een goed gesloten deur zit op psychiatrische afdelingen die taboe zijn, deze zich in een kelder bevinden en er nooit iemand komt die meekijkt.
Het was vrij spel. Ik denk nog dagelijks aan de hieronder beschreven momenten, die fijn en positief, maar ook negatief… in alle gevallen onbespreekbaar waren.
Dat wil ik doorbreken, ook voor een ander, nu en in de toekomst. Dit is Verborgen.

1
“O, mijn God, Remi!”, had zij uitgeroepen,
terwijl ik in de deuropening was komen staan.
Vol afschuw had ze me bekeken, terwijl er bloed langs mijn beide armen stroomde tot het de steriele vloer bereikte en daar als onaangetast in plasjes bleef liggen. Mijn buik en gezicht kleurden eveneens rood en eigenlijk, zo vertelde ze me later, had niets van mij op dat moment niet onder het bloed gezeten.
Ik begon op dat bewuste moment te huilen vanwege haar reactie, nam haar gezicht zacht in mijn handen en riep gekwetst: “Ik ben het maar!”, waarna ze mij onmiddellijk omhelsde en probeerde mijn hyperventilatie, veroorzaakt door manische adrenaline en pure angst vanwege dat wat had plaatsgevonden vóór ik haar zojuist in de deuropening vond, onder controle te krijgen.
“Wil je dat nóóit meer doen?!”, riep ze dicht bij mijn gezicht.
Daar was ik van ontdaan.
Ik was even stil, waarna ik zachtjes vroeg: “Waarom dan niet?”
Wat ze vervolgens zei had mij geraakt.
“Omdat ik dan niet meer slaap, Remi”, had ze zachtjes gezegd.
Ik had haar aangekeken en zag dat het oprecht was, dat ze elk woord meende.
Nog altijd had ik haar gezicht in mijn handen toen ik fluisterde: “Mag ik?”.
“Ja”, zei ze zacht. Voorzichtig deed ik een lok van haar haar achter haar oor en streelde daarbij haar door haar tranen vochtig geworden wang.
Het was op die wang geweest dat ik haar daarna een kus gaf.
“Nu ben je lief. Nu raak je mij”, zei ze ontroerd.
Ik schrok ontzettend toen ik haar aankeek en mijn bloed op de bleke huid van haar gezicht vond.
“Sorry, sorry, sorry, echt! Dit kan niet en was nooit mijn bedoeling!”, stamelde ik, terwijl ik in een hevige paniek raakte.
“Het geeft niet, Remi. Echt niet. Laat me je helpen, alsjeblieft”, had ze geantwoord.
2
“Doe die eens uit, alsjeblieft?”
Ze keek naar mijn colbert, waarachter slechts mijn blote buik zich verschool.
We zaten al uren, elke dag opnieuw, afgezonderd in hetzelfde kleine kamertje waar een piano stond, zonder door ook maar iemand gestoord te worden.
“Waarom wil je dat?”, vroeg ik.
“Omdat ik je mooi vind”, zei ze, “Ik ben het maar”.
“Ik vind het raar”, zei ik. “Het is niet raar, heel even maar”, zei zij.
Ik ontdeed me voor haar van mijn kleding en overhandigde mijn colbert dat ze over een stoel hing, al had het tegelijkertijd gevoeld alsof ik haar mijzelf overhandigde.
“Wauw, jij bent gespierd en zelfs bruin! Hoe doe je dat? En een zachte huid”
Ik kon mijn lach niet onderdrukken en herhaalde met een pedagogisch vrouwenstemmetje:
“Wauw, jij bent gespierd”
“Lach maar. Doe je daar iets voor?”. “Zie je, dit is raar”, zei ik daarna.
“Dan is dat maar zo. Ik vind je knap.
In een ander leven had ik het wel geweten”, zei ze, waarna ze zei:
“Neem het van een vrouw aan en die vrouw ben ik, ik wil jou veel vaker zo zien!”
Die avond in bed sprak ik zowel tegen de muur als tegen een teddybeer die ik gekregen had van mijn vriendin (al wist ik dat het praten onzin was, het was puur om te overleven).
“Ik wil jou veel vaker zo zien, zei ze. O, mijn god, beer!”, zei ik lachend.
Vervolgens zei ik tegen de beer of de muur of tegen mezelf:
“De avonddienst is laat. Waar blijft hij toch?”
Ik deed uiteindelijk mijn licht uit en sloot mijn ogen.
Even later hoorde ik mijn deur opengaan.
Heel hard: “Lig je aan mij te denken?! Handjes boven de dekens, hè!”
Haar lach. Ik schrok me kapot.
“Dit gaat nog wat worden”, zei ik tegen de muur toen ze weg was.
“Uhh, jij komt zo mee voor chocomel, dan weet je dat vast”, stak ze uren later haar hoofd opnieuw om de deur. “Ahh… Hoe laat is het?”, zei ik kreunend in het felle licht.
“Het is tien vóór vier ’s nachts, ik heb je gezelschap nodig”
“Jaja, ik zal er zijn”, zei ik, waarna ik half slapend mijn gebruikelijke weg naar kantoor insloeg, waar zij in haar eentje op me zat te wachten. Iets wat wel altijd gezellig was.
Sindsdien ontdeed ik me overdag vaker voor haar van mijn bovenkleding, zoals hierboven beschreven, en nooit werden we gestoord.
Het werd gemakkelijker, normaler, het voelde zelfs veilig. Onze band groeide.
Tot op een dag… Ik iets tegen mijn blote rug voelde.
“Wat doe je?!”. “Gewoon, omdat ik je lief vind”
Sinds dat moment was geknuffeld worden ook heel normaal.
Daar had ik dubbele gevoelens bij, omdat ik na een lange tijd tegelijkertijd snakte naar een knuffel. Daarover zei ze: “Zie je, je hebt het nodig”.
“Dit is zó moeilijk”, zei ik.
“Helemaal niet moeilijk! Als jouw vriendin niet komt opdagen, dan ben ik hier om jou te knuffelen!”. “Help”. “Nou, zeg, nu even normaal doen”, “Zeg jij”, zei ik.
Ze had werkelijk een bloedhekel aan mijn vriendin, iets wat ze ook heeft toegelicht.
Dat bleef als een rode draad door mijn opname lopen, één jaar lang.
Uiteindelijk gaf ik toe aan de knuffels, waarbij ik de verlossende woorden gebruikte:
“Ik voel me werkelijk zó’n slet”
Ik realiseerde me later dat elke gevangenis of gesloten afdeling wel een helper heeft, een patiënt, gevangene of slachtoffer met speciale privileges, door in het geheim in dienst van een ander te zijn.
Kijk naar Netflix, naar de serie Vis a Vis, daar is één bepaalde persoon.
Toen ik dat zag heb ik in eerste instantie meteen de tv uitgezet, het viel samen met mijn herbelevingen.
Al beschrijf ik dat gedeelte niet geheel in dit stuk…
Ik was zo’n helper.
3
“Kom je? Ik heb niet de hele dag”, zei zij, terwijl we in de woonkamer waren.
“Ik ben bijna klaar… YES!!!”, zei ik, na een recordaantal snelle muisklikken op mijn notebook.
Ik proestte het uit, terwijl ik zei:
“Nou, laat ik het zo zeggen: als je Ellie Goulding binnenkort iets meer voorover ziet hellen…”
“O, o, wat is er gebeurd?”
“Wist je dat Ellie maar 600 euro waard is?”
“Hoe bedoel je dat?”
“Ik heb al haar nummers gekocht met de creditcard van mijn vader.
Zoals elke artiest steekt ze dat in haar tieten, terwijl ik ze juist mooi vind zoals ze nu zijn…
Nooit doen, hoor je me!!!”. Ik schoot weer in de lach.
“Ja, maar met de creditcard steekt hij daar echt wel een stokje voor, hoor”
Ik proestte het opnieuw uit met tranen in mijn ogen:
“Dat kan niet! Want het zijn downloads, ik heb de nummers al in mijn bezit!”
Ik danste dolgelukkig alsof ik Repelsteeltje was.
“En dan zijn wij als afdeling natuurlijk weer incompetent…”, zuchtte ze.
Ik knikte enthousiast.
“Kom je mee, eindje lopen”
“Naar het hok?”
“Het hok it is”
Eenmaal daar aangekomen… “Verklaar u nader. Wil ik dit weten?”, zei ze.
“Het is vrij simpel. Als alles in ons gezin tegenwoordig om geld draait, dan eis ik mijn deel en zal ik ervoor zorgen dat het verdwijnt”
Ik zal nooit vergeten dat ze nadacht en toen zei:
“True, daar zit wat in. Je hebt een punt”
Dat was naast grappig ook fijn geweest. Ik had het niet meer en schaterde het uit, al was ik ook serieus. Dat wisselde sterk door mijn stemmingswisselingen.
Toen meerdere mensen van het personeel het te weten kwamen, werd ik luidruchtig gecomplimenteerd.
“Goed zo, jongen! Net goed voor die vader van je.
Wil jij misschien taart van ons om het te vieren?”
Er was inderdaad toevallig taart. Dus we aten taart op kantoor en de sfeer was, los van mijzelf, echt opperbest. Ze waren nog nooit zo aardig voor me geweest. En maar lachen.
Ze waren erg corrupt, maar wel gezellig!
Heel anders was de sfeer daarna, terug in het hok…
“Hoe vind je ze?”, vroeg ze me, terwijl ik piano speelde.
“Wat?”
“De mijne”
“Wat bedoel je?”. Ze leunde erg voorover.
“De jouwe zijn mooi”, zei ik.
“Kijk nog eens goed”. Ik kreeg een kleur.
“Maak ik je nu verlegen?”
“Ze zijn erg mooi”, zei ik nog. “Als je vriend het anders wil, heeft hij geen smaak.
Waarom lach je zo?”, vroeg ik, terwijl ik haar aankeek.
“Omdat je mijn hele week weer goed hebt gemaakt, lieve Remi.
Je bent werkelijk een schat. Wij hadden moeten trouwen!”
“Ja, dat is zo”, zei ik, terwijl ik tegelijkertijd dacht: na deze opname eerst tien jaar rust!
“Houd ze eens vast, als je wilt? Heel even maar”
“Waarom zou ik dat doen?”
“Een vol pakje sigaretten”
“Ongelofelijk!”, protesteerde ik, waarna ik toch meteen zei: “Alle dertig”.
“Ik heb er nu geen dertig, maar ik beloof je dat je ze deze week krijgt”
“Deal!”
Ik raakte zachtjes haar borsten aan en hield ze vast.
“Hoe voelen ze?”, vroeg ze.
“Ik ben op dit moment hyper seksueel, hè”, zei ik rood en beschaamd.
“Dat weet ik. Dat maakt dat je nu extra oprecht bent. Ik waardeer je hulp”, zei zij lachend.
Later die dag.
Ik rookte in het rookhok één van haar sigaretten en was opnieuw met haar samen.
“Heb je een leuke dag gehad? Je was goed te pas.
Zet dit voort en je bent hier zo weg. Ben trots op jou”
Knuffel. “En heel erg bedankt voor je hulp.
Kan ik mijn vriend weer onder ogen komen!”
“Graag gedaan. Je hoeft niet onzeker te zijn”, zei ik met een lach.
“Vrouwendingetjes. Als ik jou toch niet had!”, lachte ze terug.
4
Er was een merkbare aanloop geweest, maar ze was op een dag heel erg boos over dat ik, over een heel jaar gezien, weinig tot geen bezoek had gekregen en weinig contact had gehad, terwijl ik niet de ergste patiënt was en die persoon wel bezoek kreeg, zo zei ze.
“Ik ben boos op jouw vrienden, in het bijzonder op jouw vriendin.
Zo ziek was je niet. Na enkele maanden was je hersteld en kon ik met jou al een goed gesprek voeren. Mensen zijn zo onwetend! Als ze het maar zouden weten, hoe iemand zich daadwerkelijk voelt…”
Ik lach gemoedelijk en zeg “Het maakt niet meer uit”.
“Het maakt verdomme wel uit! Ik heb je van moment tot moment meegemaakt en jij hebt onnodig geleden.
Dat maakt mij witheet van woede, Remi.
Omdat ik je bijzonder mag”
“Dankjewel. Dat is lief. Ik mag jou ook erg graag”
5
Al bedoel ik met bovenstaande nummers niet oplopende fases, was fase vijf toch wel het ergste.
Ik miste mijn vriendin gigantisch en ik kon niet langer tegen de band die ik had opgebouwd met de psychiatrisch verpleegkundige.
Huilend zei ik: “Ik kan er niet meer tegen. Zeg nou zelf, als je een beetje om mij geeft, dan heb je gemerkt dat ik een heel jaar lang alleen maar over mijn vriendin heb gepraat en haar continu heb verdedigd, tegenover het godverdomme hele personeel! Acht man per dag die er iets van vond! Acht!!!”
Ze luisterde en zei zachtjes “Dat is waar. Daar heb je gelijk in, Remi, en dat is ook heel lief.
Ze weet niet wie ze mist met jou, zo’n leuke vriend”. Ik werd geknuffeld.
“Wacht, ik was nog niet klaar. Maar wáárom is dit dan zo moeilijk?! Ik wil met niemand zoenen, ik hou alleen van mijn vriendin en ’t is me hier gewoon overkomen, twee keer! Al lag dat wel aan hen en hun diagnoses…
Maar niemand gelooft dat, toch?!
En, over ons, ik vind je niet leuk. Ik mag je, maar ik vind je gewoon niet leuk.
Maar het is zó moeilijk”
“Het geeft niet, Remi”, besloot ze te zeggen.
“Weet je, wat maakt het ook uit. Ik ga ermee om alsof ik nog een jaar extra een relatie heb gehad, terwijl het misschien op dag één dat ik hierbinnen stapte al klaar was! Kan je voorstellen!!! Het mag uit raken en zoals je inmiddels weet begrijp ik dat in alle gevallen, maar ik heb er dit jaar zó ongelofelijk hard aan gewerkt.
Alsof ze er wel nog was, alsof onze relatie niet over was.
In dat geval had ik het liever niet gehad als het toch uit was, dan maar uit.
Ik had het alleen graag geweten”.
“Dat lieg je”, zei ze. Hier gaan we weer, dacht ik.
“Mijn hoofd tolt, ik wil het er niet meer over hebben”
Ze gaf me een knuffel, kwam dicht met haar gezicht bij het mijne en zei:
“Ik wil je kussen. Mag dat?”. Met name dat Mag dat? herhaalt zich nog altijd in mijn hoofd.
“Dat mag”, zei ik zachtjes, voor de verandering. Het maakte toch niks meer uit, een leven op een gesloten afdeling gaat nou eenmaal niet over rozen, zei ik spottend, waarna ik zei dat ik dood wilde.
“Ah, wil je weer dood”, zei ze zo lief en grappig mogelijk.
Ze kuste me vlak bij mijn mond en best lang.
Ze wilde zich terugtrekken, waarna ik haar naam riep.
Ik heb haar terug gekust.
Naderhand zei ze “Hè, hè, wat een opluchting”.
Geloof me dat meerdere dingen vooral niet leuk waren, die twee opnames niet.
Nog zoveel niet genoemd. En dat het voor spanning zorgde.
En als je gespannen bent en hyper seksueel,
dan ben je wel opgewonden en heb je zin, maar ben je ook angstig.
Het heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik er sindsdien graag wil werken! Toen al.
Ik zie de perioden dat ik daar zat niet als slechte perioden, integendeel.
Het heeft me heel veel geleerd.
Ook dat je iedereen tegen je kan hebben, het hele personeel, en het jaar daarna omarmen ze je, nadat je in de deuropening zegt: “Bitches, I’m back!!!”
Dat was onwerkelijk. Een jonge mannelijke verpleegkundige die op mannen valt kreeg de slappe lach en zei: “That attitude… you go girl!”. Vervolgens hebben we braaf chocolaatjes gegeten van de Lidl, die hij mij gaf.
Ik was als verdoofd door de sympathieke ontvangst en proefde daardoor geen verschil.
Ze hadden me zelfs gemist!
Ik realiseer mij dat twee opnames niet in korte verhalen passen.
Al vind ik het wel prettig er, zoals nu, over te schrijven, ter verwerking, maar ook om meer bewustzijn te creëren.
Aan het onderwerp van dit stuk en ook de persoon denk ik nog dagelijks.
Een echte lieverd, een goed iemand en goud waard.
Hoe wonderlijk het is, dat als er, in ongeacht welke situatie, maar gesloten deuren zijn en er dingen verborgen blijven, er vrijwel altijd meer aan de hand is dat het licht niet kan verdragen.
Het was mijn wens slechts een inkijkje te geven en het zo integer mogelijk te beschrijven.
Dankjewel voor het lezen.
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Weer heel mooi en goed geschreven Remi
Mooi Remi