
Ik voel mij leeg vanbinnen,
een stemming die de ene dag nog sneller de overhand heeft dan de andere.
Al is het meer dan een stemming,
ik kan dan namelijk niets meer, terwijl de dag nog moet beginnen.
Dat, terwijl ik wel wil en vol ideeën zit. Het leven is oneerlijk.
Het deed me ergens aan denken.
Maanden geleden heb ik meerdere nachten in mijn woonkamer doorgebracht.
Kachel hoog, deken over me heen. Mijn afstandsbediening stuitte op iets.
Op mijn scherm verscheen een meisje met een ukelele, dat in haar pyjama midden in de nacht… althans, zo stelde ik me dat voor, gezien mijn eigen tijdstip… zelfgemaakte muffins ging bakken en daarbij een eigen liedje zong.
Het had iets troostends over zich.
Ik vind het jammer dat ze een tijdje geleden gestopt is.
Een video genaamd ‘I’m done with YouTube…’.
Helaas. Geen speciaal gebakken muffins meer en geen liedjes.
Al zei ze wel: not forever.
Daar houd ik me dan maar aan vast, Ariel.
Hoe ik het leven haat.
Je kunt elk lichtpuntje omarmen.
In feite is er gelijktijdig niets.
Ik gaf laatst twee voorlichtingen, mijn eerste sinds jaren.
Bij de tweede voorlichting was er een studente die zich afvroeg welke opleiding ik zou hebben gedaan als alles anders was gelopen. Die vraag, of het effect daarvan, had ik niet verwacht.
“Psychologie”, antwoordde ik.
Ik wilde sinds mijn elfde psycholoog worden.
Gedurende mijn zestiende levensjaar wilde ik voor één ander psycholoog worden.
Het was zo fijn. Zo fijn iemand te kunnen helpen, iets dat daadwerkelijk werkte.
Ik wilde haar beter leren helpen. En, hoe gek het ook klinkt…
In die leegte waarin wij ons, ik noodgedwongen…
bevonden, was het leven de moeite waard.
Mezelf genezen van mijn depressies was bonus.
In 2013 heb ik een arts gesmeekt.
“Laat me alstublieft niet zitten.
Geef me een plaats, het maakt niet eens uit welke”
Dat deed iets met hem.
Het effect van dat gesprek,
het effect van hernieuwd perspectief…
Dat deed iets met mij.
Hij was degene die mij vertelde ervaringsdeskundige te worden.
Dat ben ik meerdere jaren geweest en na ziekte recentelijk weer geworden.
En nu, nu denk ik.
Wat is van dat alles nu terechtgekomen.
Ik wilde aanvankelijk niet schrijver worden.
Ik wilde dat ernaast doen.
En nu, nu ben ik.
Gedoemd tot het schrijven over mogelijkheden, het kleine omarmend.
Terwijl ik vanbinnen kapotga en niet gelukkig ben.
Kortgeleden schreef ik diezelfde arts aan.
Een persoonlijke brief.
Vertelde over mijn verhalen over de afdelingen.
Over mijn wens om, nogmaals, op die afdelingen te werken.
Maanden verstreken.
Hoewel iedereen had gezegd dat hij wel zou reageren,
heeft hij niet gereageerd.
Vechten voor sociaal contact,
vechten bij elke stap.
Vastgeketend aan dit leven,
is het leven zwaar oneerlijk.
En mijn scherm, mijn scherm blijft leeg, terwijl mijn kachel brandt.
Geen zelfgebakken muffins meer, geen liedjes, waar ik ondertussen zo naar smacht.
Wachtend zal ik nu verblijven, onder een deken in het midden van de nacht…
Op Ariel McCleary, zij die weer naar me lacht.
