
Het was de beslissende verandering in de stiltes die alles omvatten, zoals deze sindsdien gekenmerkt, doordrenkt werden met een sterk gevoel van algeheel wantrouwen en een nog sterker gevoel van slopende onzekerheid, zoals ik die tot dusver niet eerder in mijn leven gekend had en die me geheel lam legde. Sociale situaties kon ik niet langer goed inschatten, waardoor ik mij nog het meest van al beroofd voelde van mijn analytisch vermogen; tot voorkort, in plots niets meer dan een ver verleden, een van mijn meest dierbare giften.
Erger nog: bovengenoemde interne uitval zorgde niet slechts bij mij voor paniek, maar bleef ook voor anderen niet lang verborgen en raasde als een meedogenloze wervelwind door dat wat nog over was van mijn leven heen.
De volgende situatie vond plaats na mijn veertiende levensjaar.
Helder en onwerkelijk haarscherp door een recente EMDR-sessie, nu vijftien jaar later.
Toen ik veertien was, bestond mijn leven slechts uit school.
Ik was alleen maar bezig met school en mijn gehele sociale netwerk bevond zich daar.
Ik vond niet dat ik een arm leven had, al vond ik het bijzonder fijn om na mijn huiswerk mijn laptop open te klappen en mijn leven te verrijken. Dat was gelukt, want zodra ik inlogde op MSN kreeg ik van al mijn vaste mensen een berichtje, waarna onze lange gesprekken zich hervatten.
Niets vreemds. Wel waren ze allemaal volwassen.
En ik vond ze cadeautjes. De cadeautjes in mijn leven.
Rilana, een Nederlands meisje van toen 21, met mij begaan en op de hoogte van wat me ondertussen, tijdens ons contact, was overkomen, was daarbij mijn grote steun en toeverlaat. Enkele niet-verzonden opgestelde mails naar de betreffende school staan nu nog in mijn mailbox, met als kenmerk dat ze allemaal doorgestuurd zijn naar haar. Nooit was het mijn bedoeling ze te versturen, maar zij las ze, corrigeerde ze en toonde begrip en dat was al bijzonder fijn, met haar te delen in mijn verdriet.
Ik zat na wat me overkomen was heel anders achter mijn laptop, was onder meer erg wantrouwend en onzeker en kon, zoals genoemd, normale sociale situaties niet langer goed inschatten. Pas veel later zou blijken dat ik op dat moment ook PTSS had.
Rilana was echter vastbesloten mij te blijven beschouwen als een goede vriend.
Ze maakte zich bijzonder boos als ze iets zei als:
“Het is niet jouw fout, Remi. Ze hebben je beschadigd, de klootzakken!”
Meermaals vroeg ze me slechts of ik eerlijk wilde blijven.
Eerlijk over wat ik voelde en
“Zeg wat je denkt, oké?
Dat helpt. Niets opkroppen. Jij hebt mij geholpen. Laat mij je nu helpen!”
Tot op een avond.
In mijn slaapkamer had de donkerte zich van mij meester gemaakt.
Het enige felle witte licht, afkomstig van mijn scherm, sneed in mijn ogen.
Dat weet ik nog goed.
Ik deed niet langer moeite mijn leven te verlichten. De lampen bleven uit.
Vanuit het niets schreef ze me:
“Aanstaande zaterdag leen ik de auto. Redah doet maar even zonder”
Dat wekte mijn aandacht. Redah was haar vriend.
Ik snapte niet zo goed waarom ze mij dat vertelde en vroeg me tegelijkertijd af of dat nou normaal was, of passend bij hoe ik me voelde. In mijn herinnering stuurde ik haar daarom een vraagteken.
Ze antwoordde meteen. Dat zag ik, omdat ik, vanuit het laatste beetje nieuwsgierigheid dat ik bezat, zat te wachten op haar antwoord.
Er stond “Ontsnappen in de nacht. Dat wilde je toch?”
Nu vijftien jaar later weet ik nog dat ze me dat stuurde, omdat dat het enige bericht was in tijden, waarbij ik warm werd vanbinnen.
Ze vervolgde haar antwoord met “Alles voor jou! Vriendlief wacht maar even. Tenslotte…”
Ze noemde vervolgens iets dat ze vaker zei. Ik gaf haar regelmatig liefdesadvies, waar ze, zo zei ze, heel blij mee was, gevolgd door dat wat ze nu opnieuw zei:
“ik had beter jou als vriend kunnen hebben! Een wijze veertienjarige, heerlijk! Jong, fris en knap. Echt hoor, ik zweer erbij!”
Ze vond me bijzonder intelligent en zei dat zeer regelmatig. Het vleide me.
Nu wist ik echter niets te zeggen.
Ik wilde zó graag gered worden. Want dat wil je dan, niets liever.
Maar ik kon haar onmogelijk zien, zoals ik nu was, zo met mezelf in de knel.
“Wat gaan we dan doen?”, besloot ik te vragen.
Ik voelde dat ik een rode kleur had, zo ongemakkelijk als ik me voelde.
Hoe zeg je dan nog nee?
Het bleef even stil, tot ze vroeg:
“Ben je nog maagd?”, gevolgd door een tong uit de mond emoticon.
Ik keek op dat moment naar de titel van het scherm.
Wie vroeg me dat?
“Ik ben nog maagd, ja. Hoezo?”
Al was het een grapje, raakte ik gelijktijdig in paniek.
Ik kon niet voldoen, in alles niet, zelfs in het simpel elkaar zien niet, terwijl ik zo graag wilde.
Het benam me de adem.
Ik sloeg mezelf tijdens ons gesprek, de eerste keer van vele daaropvolgende nachten.
Tussen ons werd de sfeer er ondertussen niet beter op.
Ik werd wanhopig, zocht bevestiging vanuit mijn onzekerheid, maakte alles kapot.
“Waarom zou je omgaan met een 14-jarige?”,
waarop zij zei “Zeg dat niet!”
Ik heb haar met pijn in mijn hart gezegd dat het allemaal niet ging.
Dat ik zogenaamd niet wilde. Dat ik haar niet wilde zien.
Ze kende me te goed en ging daar tegenin.
Vervolgens ging het allemaal heel snel,
haar woorden “Je maakt me boos. Waag het eens,”
desondanks gevolgd door mijn klik op de Blokkeer knop.
Ik kon niet voldoen, dingen liepen mis.
Dat is jaren zo gebleven.
“Ze hebben je beschadigd, de klootzakken!”
Het klopte wel, wat ze zei. Ze voelde als de enige die dat erkende.
De enige met wie ik daarover sprak. Zo ontzettend belangrijk was ze op dat moment.
Want zo verloor ik praktisch iedereen, al mijn vriendschappen. Ze bleek helaas geen uitzondering, plus de onmacht om er nieuwe aan te gaan. Ik was jarenlang heel eenzaam.
Je bent dan niet te redden.
Hoewel ik nu dertig ben, draag ik nog altijd een deel bij mij dat nog veertien is.
Waardevol om me dit na vijftien jaar te herinneren.
Het raakt me. Goed om dit te beschrijven.
Ondanks de trieste uitkomst ook heel mooi en troostend.
Een echte vriendschap. Dankbaar ben ik haar.
Ze heeft inmiddels twee kinderen, zag ik.
Wie weet zeg ik het haar, ooit.
Dan zou ik ja zeggen.
