Taxivrienden

Het was alsof het portier zich als vanzelf opende,
de meeste ochtenden nam ik plaats.
Hoewel het de bedoeling was, maar wat is de bedoeling, bedacht ik me destijds…
naar school te gaan, werd het een enkele keer… zo ondragelijk…
op mijn aandringen,
een andere bestemming.

Mijn chauffeur reed mij al van kleins af aan,
maakte me aan het lachen,
kietelde me
met zijn hand op mijn knie.

Nu was alles echter anders.
Ik was anders,
zoals ik me schaamde
voor mijn andere gedrag.

Want als je dan
anderhalf tot twee uur
per dag naast elkaar zit,
en de sfeer is om te snijden…

Ik kon het niet verbergen.
Ik kon er niets aan doen.
En toch voel ik,
nu ik dit typ,
precies dezelfde schaamte.

Hij zag alles van me,
er viel niets te verbergen.

Er was een dag,
toen was het zo erg,
dat ik me vanuit
pure angst en paniek
heb vastgeklampt aan de stoel.

Mijn zweethanden bevonden zich
krampachtig onder de zitting,
we waren inmiddels op school,
mijn hart ging tekeer,
terwijl hij
het portier opende,
me vanuit begrip bekeek
en zei “Het duurt maar even.”

“Dankjewel, je hebt gelijk,”
zei ik toen. Ik stapte uit,
was mijn eigen kwelling,
na zo’n aanval
dodelijk vermoeid…

Waarna ik hem
zo snel als het kon
weer belde. Hij
oordeelde niet,
toen ik zei dat
er zogenaamd
meermaals meerdere lessen
waren vervallen.

Tijdelijk was ik dan opgelucht,
zodra ik weer bij hem in
de warme auto plaatsnam.
Het ging niet meer.
Het ging gewoon niet meer.
En wat nam ik het mezelf kwalijk.

Ik ben na het ontwijken van
een betoog voor Nederlands,
totaal leeg was ik vanbinnen,
er kwam niks, er ontstond niks,
ik ben onder de les gevlucht…

…direct naar het station gelopen.

Vanuit dezelfde paniek
ging ik een dag
niet naar school,
liet me afzetten in de stad.

Allemaal met dezelfde chauffeur,
die alles zag, maar nooit iets zei dat
ten nadele was van mij.

Ik zat naast hem, terwijl
er muziek op Radio Gelderland kwam.
Hij draaide aan de volumeknop.
“Ken je hem?”, vroeg hij me.
Ik schudde van nee.
“Niet?! Is een Brabantse zanger!”
Om de grafstemming te overstemmen,
zette hij het geluid nog harder,
keek me sympathiek aan…

…en begon voor mij te zingen.

Ik was er stil van, dit kwam wel binnen.
“Wauw, je kunt zingen! Dankjewel!”
Hij glunderde,
was zichtbaar blij met mijn compliment.

Als je elkaar elke dag ziet,
is de kans groot dat
dezelfde situatie zich nog eens
voordoet, als ook de pech
dat Radio Gelderland…
nogal veel dezelfde muziek draaide.

Ditmaal betrof het een duet van dezelfde zanger,
mijn chauffeur had het een keer eerder voor me voorgezongen.

Weer ging het volume luid,
terwijl ik net mijn telefoon vasthad,
die ik opborg in mijn broekzak.
“Pak je telefoon, zing mee. Voor mij,” zei hij.
“Maar…”
“Die had je net, toch?”
Hij lachte vriendelijk naar me.

Ik zuchtte, zei “Oké, alleen voor jou,”
opende de songtekst en zong mee.
Hij knikte tevreden,
keek me al zingend aan en
was zelfs mijn tweede stem.

Ik moest huilen en lachen tegelijk,
hij zong me tegemoet:

“Maar vanaf ’t begin wist ik ’t zeker,
’t komt goed, verlies maar nooit de moed”

Terwijl hij dat voor me zong,
raakte hij net als vroeger mijn knie aan.
“Dankjewel, echt,” zei ik aangedaan.
Dat was de laatste keer geweest dat ik hem zag.

Sommige mensen vergeet je niet,
omdat ze op hun geheel eigen wijze
van betekenis zijn geweest.

Zoals hij mij toezong, als een vriend,
deed het me besluiten mijn knoop door te hakken.
Dat we elkaar plots niet meer zagen,
moet hem slechts gelukkig hebben gestemd.

Jij en ik/gij en ik, Gerard van Maasakkers en Paul de Leeuw

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.