
Inmiddels weet ik het.
Ik weet heel goed dat ongeacht hoe ik mezelf voortbeweeg; lopend, kruipend, waggelend achter mijn hulpmiddel, dat ik dan na een twee- tot vijftal minuten ontzien zal worden, zodra ik eenmaal plaats heb genomen op één van de diverse houten stoelen binnen restaurant De Boerderij van de Intratuin in Elst.
Begrijp me niet verkeerd: eerst geloofde ik nog dat elke rariteit die ik uithaalde, zou worden opgemerkt door omstanders. Maar inmiddels troost ik me met het groot goed dat Elstenaren enkel socialiseren zodra de periode van de carnaval weer gevallen is. Met andere woorden: de dagelijkse oogkleppen verblinden hun zicht. Als ik dat eerder geweten had, had ik eerder in Elst geoefend. Tot dan toe zocht ik het bewust verder weg, want Remi Cornelissen wilde niet graag worden herkend.
Dus toen ik ook enkele dagen geleden weer aan de houten tafel zat met een verse smoothie en het lopen goed was gegaan, er zelfs door ons onderling aan tafel gesproken werd over een daadwerkelijke positieve en merkbare verandering bij mij aangaande mijn angst, vond ik het ergens toch wat aan de veilige kant worden en was klaar voor een volgende stap.
Je traint niks als het veilig wordt. De angst moet je blijven voelen, blijven aangaan.
Bij binnenkomst had ik een grote plant gezien die ik wilde hebben.
“Laten we dan teruggaan,” opperde ik, alsof mijn angst niet langer bestond.
Dus wij terug naar die plant. Vervolgens gingen we heen en weer naar de andere planten helemaal aan de andere kant van de winkel, op zoek naar een mogelijk kleiner exemplaar.
Het stilstaan kostte me moeite, iets wat voelbaar opliep.
Bij de zoveelste keer aanhoudend stilstaan stond het zweet me op mijn voorhoofd en had ik het helemaal heet. Ik hield het niet langer en de gedachten mezelf te ontlasten door op de knieën te gaan en daarmee de spanning te verbreken… Zodra ik dat voor me blijf zien, heb ik het erg zwaar.
Ondertussen werd menig plant rustig opgetild door mijn moeder, want…
Angst? Angst? Angst bestaat toch niet?
Een werkende tactiek die ze toepast in overleg met mij.
Ik riep uit: “Die neem ik! Die wil ik!” want ik had vanuit mijn kindertijd geleerd dat een dubbele bevestiging effectief was. Als je maar domineert.
Traag, alsof hij last van tegenzin had, werd de plant van zijn plek gehaald.
Toen ik echter mijn weg wilde vervolgen, was het al te laat en had er zoveel spanning op al mijn spieren gestaan dat ik nu actief zeer werd belemmerd in mijn normale bewegen.
Desondanks redde ik het (wonder boven wonder!) tot aan de kassa.
De plant werd in no time achtergelaten, waarna ik eerst in de auto zou worden gezet.
Het jonge meisje achter de kassa blinkte slechts ter goedkeuring met haar ogen, zoals het oppervlakkige scanapparaat in haar hand.
Eenmaal vlak vóór de automatische deuren van de uitgang, kwam ik nog slechts centimeters vooruit. Door de transparante ruiten ontdekte ik een stenen bank zonder rugleuning. Het lukte me om daar weliswaar uitgeteld op te gaan zitten.
Met de volledige paniek in me probeerde ik zo goed als het kon te delegeren:
“Reken eerst de plant maar af. Ik wacht hier.”
Inmiddels was ik zo in paniek, oververhit en dodelijk vermoeid, dat alles waaraan ik kon denken een goede rugleuning was. Daarbij ontstond bij mij de angst dat ik in het bijzijn van anderen van dat muurtje af zou donderen. Krampachtig hield ik mijn rollator vast. Ook mijn rollator ondervond dat: de handvatten kletsnat van het zweet.
Wat me vooral opviel, als je daar dan zit alsof je de verse smoothie die je daar net genuttigd hebt, meteen weer voor hun uitgang wil deponeren… is dat niemand je in de gaten heeft.
Voor mijn gevoel liep heel Elst langs.
Misschien scheelde het dat ik bewust nooit naar de carnaval ga, want mijn full-blown paniekaanval werd door iedere voorbijganger actief ontkend: mensen keken niet op of om, tot op het punt dat ik zelf begon te geloven dat ik er niet was.
Zelfs toen er uit de deuren van de ingang een jongetje van een medewerker kwam die mij regelrecht in mijn gezicht aankeek… Ik ben betrapt, dacht ik toen… dacht dit jonge knulletje waarschijnlijk enkel aan zijn welverdiende pauze, zonder me nog een blik waardig te gunnen, waarna onze wegen zich scheidden en hij even snel als hij gekomen was, weer uit mijn zicht verdween.
Dit bood mij enige zekerheid. Alles wat ik doormaakte, werd niet opgemerkt.
Dat was met name fijn toen mijn angst nog verder toenam, ik al mijn spieren de gehele tijd al aanspande en dit nog krampachtiger werd, overal pijn had en inmiddels echt van het muurtje af meende te donderen, in mijn gedachten al schreeuwend: “Ik houd het niet meer!”.
Hoewel dit alles natuurlijk een irreële angst betreft, zijn mijn gevoelde paniek en de uitwerking daarvan heel echt. Wat ook echt is, is dat alle handelingen dan nog eens duizend jaar langer lijken te duren.
Toen mijn moeder eindelijk voor me stond na te hebben afgerekend, bestond er de twijfel die heet Wat nu te doen?. Razendsnel liet ik haar weten de plant eerst maar zonder mij in de auto te zetten. Dat gaf mij direct een dubbel gevoel, want ik zou immers zo van dat muurtje donderen en niet langer in staat zijn mijn gevoelens van paniek te onderdrukken!
De vele minuten die nodig waren om de plant heel en wel in de auto te plaatsen, leken dan ook werkelijk drie eeuwen te duren…
Ondertussen meende ik toch echt wel te worden opgemerkt:
“Jongens, ik geef me over. Ik heb inderdaad een paniekstoornis!”
Maar zelfs de mensen die slechts centimeters van mij langsliepen;
ik keek ze in hun gezichten, maar zij keken niet terug.
Zelfs de grond, zo volgde ik hun blikken, vonden ze interessanter dan mijn horrorscenario,
alsof ik een arme bedelaar was, en zij hier allang over waren ingelicht:
“Negeer hem maar, hij zit daar alleen maar,” misschien wel door hetzelfde meisje ingefluisterd als zij die kortstondig mijn gekochte plant van 40 euro onder haar hoede had genomen.
Misschien had ze dit helemaal niet vrijwillig gedaan en wilde ze nu wraak…
Inmiddels had de inspanning om mezelf staande te houden, al zittend zijn tol geëist.
Ik had het werkelijk ijskoud en alles deed zeer, terwijl ik uit alle macht leunde op mijn rollator,
hopende dat ik niet zo in één keer bij verstandsverbijstering alsnog van het muurtje zou vallen. De verleiding bestond naar achteren te leunen, maar daar was niets, dus ik probeerde me met veel kracht te corrigeren, vanuit een blijvend actieve houding, die allesbehalve haalbaar was.
Duizeligheid had het volledig van me overgenomen. Ik voelde me licht in mijn hoofd.
Totdat mijn moeder me riep: “Kom je”. Ik keek op en wist zo gauw niet hoe.
Ze reikte me haar arm.
Met moeite stond ik op van het beruchte muurtje, helemaal verkrampt met een torenhoge hartslag. Aan haar arm zijn we zo snel als we konden teruggelopen naar de auto, terwijl ik haar stem hoorde: “Ja, je bent er bijna…”
Ik liep al plenzend door plassen vol regenwater heen, waarna ik het geluid van mijn deur hoorde die open ging, nadat zij aan het handvat had getrokken, bewust al van het slot gelaten, voorbereid op mijn komst.
Ik ging uiteindelijk zitten en eindelijk kon ik ontspannen met een rugleuning achter me.
Dat heeft langer dan een dag geduurd. Het was immers een volledige paniekaanval geweest.
Van veilig naar flooding: flooding betekent letterlijk overspoelen in de Angst.
Even had ik geleefd alsof ik geen angststoornis had. Daar ben ik trots op!
Dat betreft de grootste winst op zich! Maar ook:
ik ben een prachtige grote plant rijker! Mijn lievelingsplant, die ik eerder had en nu weer terug heb. Ook heb ik de hele situatie doorlopen en ondervonden dat me niets is gebeurd.
Het voordeel van flooding is dat het iets heel groots betreft,
en dat al het andere daardoor mee zou kunnen vallen.
(“Durf ik dit, dan durf ik zeker ook dat!”)
Het overwinnen van een angststoornis vergt het bewust doorlopen,
het actief aangaan en bijhouden van alle angstige situaties, wil je vervolgens minder angstig zijn.
1 op de 5 mensen lijdt aan een angststoornis, waar nog altijd een taboe op rust.
Trek jij op tijd aan de bel, voordat je angst zich als een olievlek uitbreidt?
Mijn dank aan Iris ter Haar en haar prachtige boek Een steekje los, dat ik met veel plezier heb mogen lezen. Haar geschreven woorden en visie hebben me aangezet tot het,
evenals zij, opengooien van angst en me daarmee in te zetten voor het actief tegengaan van het onterecht taboe.
Iris, mocht je dit lezen: superdankjewel! Je hebt me geraakt. Ik ga je hopelijk ontmoeten!