
Zowaar God almachtig,
breek ik inmiddels de hele tent af.
Ook door mijn mentale gezondheid
breek ik heen – slapeloosheid en
in vele jaren slaappil nummer één.
Het stormt op zee. Is het dat waard, vraag je?
Om maar niet te hoeven doen.
Niet te hoeven zijn,
dat wat gebeuren moet.
Mijn lieve tante Ria zou opmerken,
poëtisch als ze is, ‘Dit rijmt niet.’
Het is niet onmogelijk.
Onmogelijk is het nooit.
Door dag en dauw heb ik
gestreden, in de regen, wind en fucking winterkou.
Ik keek de angst meer dan ooit in de ogen.
Vaker dan niet kromp hij nooit in.
‘Je kunt het gewoon, Remi. Wij weten dat jij het kunt.’
Nou, als je aan het eind van je Latijn bent…
Op het laatst heb ik ze vervloekt.
Dat er vervolgens nu nog sprake is van rouw,
te merken aan een nieuwe stap, van voelbaar
verlies dat tegenhoudt, als de strijd zonder
winst is gaan liggen en je met
lege handen achterblijft…
terwijl zij tegen iemand anders zeggen,
hun handen eveneens gevouwen:
‘Je kunt het gewoon.’ Diens leven kapot maken…
– dat vind ik niet meer dan logisch.
Je kunt denken: ga zonder stoppen weer door,
accepteer dat je afhankelijk bent,
met weet ik veel wie.
Daar valt veel voor te zeggen.
Maar niet zonder voorbij te gaan
aan dat wat eerst komt.
‘Geef mij dat boek eens. Verlieskunst.
Ik wil het lezen,’ zei ik vanochtend.
Toen de rust in twee huizen eenmaal
was wedergekeerd en alleen poeslief
nog naast mij op mijn tapijt lag, wachtend
om geaaid te worden, sloeg ik het boek open
en na enkele bladzijden wist ik het:
dit boek doet recht aan mijn gevoel.
Het slaat een brug tussen wat was,
de pijn, wat had kunnen zijn,
door daar niet omheen te lopen, te erkennen,
– en dat wat mogelijk nog komen gaat;
het kan ook positief uitpakken.
Ik ben niet onhandelbaar,
vraag slechts te zien
waar ik nog mee worstel,
de stap ervoor, even wat
aandacht na jaren van
intensieve behandeling.
Elke dag opnieuw. Alles moest wijken,
ik had geen leven meer, stond in het teken van.
Een meer dan ooit slopend proces, gedraaid op
pure wilskracht – het mijne.
Dat staat ook in het boek, even vrij vertaald:
je kunt pas iets doen met je verlies,
als je er vervolgens een keuze in hebt
gemaakt die leidt tot verandering.
Dan nemen intensiteit en rouw af.
Samen met beeldende teksten,
ze spreken.
Poes Snuutje bekijkt het allemaal
gemoedelijk, krult zich nog eens op,
niet zonder te weten dat ik dat zie,
wacht geduldig spinnend af tot ik
het licht heb gezien, tot ik haar aai
zoals ik dat elke dag doe:
gelijk heeft ze, goed onderweg,
ik mag dit moeilijk vinden
én het leven gaat door.
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
