Anaïs

Morgen is het een maand geleden dat ik schreef over Anaïs en mijn levensjaren van destijds. Voor mij was dat een belangrijk moment. Daar heb ik jaren naar toe gewerkt. Ooit schrijf ik over Anaïs. Het ging over meer dan enkel Anaïs, namelijk:
Over bijzondere liefde, over het belang van hechte vriendschap, over dierbare laatste momenten, afscheid, troost, het leven, humor en de dood.

Nu volgt mijn herschrijving. Je leest ditmaal als vanouds een compleet verhaal.
Dat dat mijn belangrijkste levensverhaal is en dat ik hoop dat het ditmaal slaagt.
Zoals altijd geen fictie, maar geheel de werkelijkheid.

De foto’s zijn dit keer ook echt.
Anaïs van toen, al wist ik toen al dat ze nooit zo heeft geheten.

Het eerste deel dat ik schreef een maand geleden, dient als intro en is intact gebleven.

Het tweede deel is geheel vervangen door mijn levensverhaal zoals ik je dat zou vertellen als we samen aan de thee zaten. Dat moet dan wel heel sterke thee zijn geweest!
Stiekem, ik zeg het je, ben ik nu heel nerveus. Dit mag beslist niet misgaan.
Soms helpt het om dat uit te spreken. Neem vooral nog een slok, dat kalmeert.
Tot slot geef ik je mee dat het van belang is dat je dit verhaal in zijn geheel leest.
Gelukkig is het nu veel beknopter.
De intro zegt slechts deels iets over wat komen gaat.
Anders gezegd: dit is geen oppervlakkig liefdesverhaal.

Galmend hoor ik je stem door het hart van de stad.
Bijna ben ik bij je.
Jouw zang en pianospel begeleiden me bij elke stap.
Ik maak vaart.
Zodra je mij ziet zwaai je, een warme blik van herkenning. “Hoi!”.
Kortstondig vragen mensen zich af wie je groette.
Met zicht op jou neem ik plaats.

Onze eerste ontmoeting.
Ons begin van het einde.

Minutenlang kijken wij elkaar aan, terwijl jij je muziek maakt.
Af en toe schenk je mij een lachje.
Een halfuur verder.
Even las je een pauze in.
Thee met honing wordt door een serveerster neergezet op je piano.
Je maakt een vriendelijk gebaar naar haar, dat van een afstand te lezen is: “Dankjewel!”
Zoals je me appte: je hoofd zit vol snot.
Daar moest ik vlak vóór vertrek smakelijk om lachen.
Thee en een dekentje met zulk mooi weer. Ik heb erg met je te doen.

Twee slokken en je komt glimlachend naar me toe. Het dekentje laat je achter.
We omhelzen elkaar en gaan naast elkaar op een muurtje zitten met zicht op je piano.
We praten. Ook zitten we een tijdje zonder iets te zeggen.
Het voelt niet ongemakkelijk, we kennen elkaar tenslotte al een beetje.

Ik kijk je zo onopvallend mogelijk aan.
Echt prachtig ben je.

Je staat op.
Showtime.

Ik mag je filmen. Dat is dus wat ik doe.
Tijdens je muzikale vervolg ben ik me extra bewust:
Ik ben nu even heel gelukkig.

En als mijn leven morgen ophoudt…

Eind van de dag is het inmiddels, jij bent al weg.
Je piano ook. Je vriend hielp mee.
Als zijn blikken konden doden, was mijn leven nu inderdaad voorbij geweest.
Ach, in elk geval spannender dan door een bacterie.

Dit bedenk ik mij met een lach, terwijl ik nog nageniet met warme frietjes in het restaurant.
Inmiddels zit ik binnen en heb zelf ook een dekentje.
Pijn. Pillen al genomen, helpt geen zier.
Dat doet me niks.
Ik val zelfs even weg, in slaap.
Weg in de restaurantbank, waar niemand me lijkt te zien.
Het was een onvergetelijke dag.

Dit was slechts het begin.

Halverwege 2012 kreeg ik tijdens een zoveelste ziekenhuisopname te horen van mijn artsen rond mijn bed, dat ik niet lang meer te leven had. Toen was ik net 21.
December 2012 kwam ik in contact met Anaïs, via YouTube. Mailcontact.
Dat dat leuk was, een nieuw contact. Met Kerst ontving ik kerstnummers van haar, die eigenlijk slechts bedoeld waren voor haar vrienden en familie.
Hoe blij ik daarmee was. Dankbaar. Ze wist van mijn situatie en wilde mij op deze manier toch een waardevolle Kerst wensen.
September 2013. Ik wilde haar graag zien performen toen ze me vertelde dat ze zou optreden. Sommige dingen moet je gewoon doen, zelfs al ben je ziek. Dat heb ik gedaan en las je dus hierboven.

Mij ging het de tijd erna niet beter.
Ik kan muziek exact naspelen op gehoor op piano zodra ik het hoor, dus stuurde ik Anaïs 3 privévideo’s, waarbij ik haar stem op al haar nummers begeleid op mijn eigen interpretatie, mijn eigen pianomuziek.
Vervolgens plaatste ik zelf een video op Facebook, mijn pianoversie van I won’t give up van Jason Mraz, met de tekst Onkruid vergaat niet!, gezien mijn uitzichtloze situatie. Je raadt wie dat leuk vond.
Meteen sprak Anaïs me aan in een privégesprek, waarbij ze vroeg hoe ik dat deed.
Ze vond het knap en zei dat ze dat niet kon, dat spelen op gehoor.
Diezelfde dag nog ontving ik haar versie van I won’t give up, haar zang en pianospel.
En diezelfde middag zat ik met mijn beste vriend achter mijn piano voor een laatste duet. Het was pijnlijk. Ik vond het rotter voor de verdrietige mensen om mij heen, dat afscheid van mij, dan dat ik dat voor mezelf vond.
Het duet hebben we opgenomen op video. Ik heb het nog altijd.
Weet je dat ik het duet nooit meer heb durven kijken?

Dit verhaal gaat in essentie over dat ik smoor- en smoorverliefd was geworden op Anaïs. Terwijl dat eerst niet zo was, we kenden elkaar al een paar jaar, dat was weliswaar muzikaal, maar puur vriendschappelijk en ze had bovendien een vriend.
Het was een verliefdheid gedurende een heel jaar lang. En dat je dan van alles van die persoon gaat houden. Alles van die bijzondere persoon weet en al haar manieren. Je aan haar gaat hechten. Haar manier van pianospelen en de juiste noten kan ik nog altijd imiteren. Ook weet ik van de nuances in haar zang. Haar muzikale keuzes en haar video’s kan ik dromen.

Er zit een zekere schoonheid achter, net zoals bijvoorbeeld het verhaal van Sara, en misschien is dat waarom ik vind dat dit levensverhaal zeker thuishoort bij mijn geschreven verhalen.

Dat je werkelijk het idee hebt dat je met elkaar verbonden bent en dat je een relatie hebt, later bij elkaar komt bij een ontknoping volgens een georganiseerd spel met als hoofdprijs mijn eigen Anaïs als mijn lieve vriendin. Dat alles wat ze plaatst voor jou bedoeld is.
Hints die zogenaamd zeggen dat Anaïs daar net zo mee bezig is, met onze wederontmoeting, terwijl dat niet zo was.
Dat dat, zelfs al was het niet waar… troost bood een jaar lang, die verbondenheid met haar, in een moeilijke tijd met een slechte gezondheid, maar dat het ook precies en juist die situatie was waardoor alles zo moeilijk bleef. Een aparte wereld, naast dat ik gewoon normaal functioneerde. Je moest echt behoorlijk doorvragen.
Een meisje in mijn hoofd. Een muzikaal meisje.

De situatie met Anaïs op zich was het probleem; tegelijkertijd hield me dat als enige nog op de been. Ik was er slecht aan toe. Ik voelde me door haar niet alleen en had opeens een zéér gunstig perspectief. Een muzikale vriendin, een verbintenis met een meisje dat ik naast erg aantrekkelijk erg lief en bijzonder getalenteerd vond en waarmee ik al een klik had. Ik voelde mij geliefd. Het was daarbij alsof mijn familie en vrienden van alles wisten en betrokken waren in het complot. Dat iedereen hoopte op een goede afloop en dat het ook allemaal goed zou komen.

Ik ben een heel jaar lang met niets anders bezig geweest dan met Anaïs, omdat ik dacht dat we werkelijk bij elkaar zouden komen. Een dubbelleven. Bij elkaar komen zouden we aan het einde van het spel, gemaakt door het Radboud, waarvan ik de einddatum moest raden. Ik koos na veel fouten voor 21-9.
21 september 2015.
99%. Nog één dag. Helaas is de dag waarop we elkaar zouden ontmoeten er niet van gekomen.
Wel stopten toen mijn wanen, de gedachten en de stemmen in mijn hoofd en werd alles meteen weer normaal. Toch wonderlijk, op een zelfgekozen dag.

Hoe verdrietig dat was. Een waar rouwproces van maanden. Niemand snapt je, werkelijk niemand, zelfs al proberen ze het en bedoelen ze het goed.
Anaïs was volledig welkom, ik keek zo naar haar uit.
Vervolgens bleken dat slechts allemaal gedachten te zijn. Vanbinnen ging ik kapot.

Slechts een maand daarna, met Anaïs nog in mijn gedachten, stond ik voor ’t eerst voor de klas: mijn eerste studenten.
Dit verhaal kon ik niet vertellen, dus het werd iets over een ontsnapping en mijn intense zoektocht naar Albert Verlinde. Dat had ook plaatsgevonden.
Vooraf had ik me bedacht dat ik hier geen vriendschappen aan over zou houden, hoe graag ik dat ook wilde. En dat was goed. Ik moest mezelf dat wel even goed uit mijn hoofd praten.
Zoals eerder beschreven kreeg ik toen ik weer op de terugreis was een vriendschapsverzoek van een student op Facebook. Daarna volgden er meer.
Veel, in elk geval, gezien de drie klassen die ik heb voorgelicht.
Dat dat troost bood. Maar het was ook wel pijnlijk, met name de eerste voorlichting.
Hier was ik al die jaren naar op zoek geweest en net toen ik het niet meer verwachtte, was het er, zelfs door het vertellen, het delen van mijn persoonlijke verhaal. Nieuw contact. Ik kon het werkelijk niet geloven.

Je zit nog in een rouwproces over Anaïs, je vriendin waar je een jaar lang iets mee had. En dan bestaat er de mogelijkheid vrienden te worden met sympathieke, enthousiaste, jonge mensen die allemaal iets te bieden hebben. Terwijl je jezelf dat net had afgezworen, omdat je vond dat je je verwachtingen moest bijstellen. Ik wilde voorkomen dat ik te enthousiast werd na dat jaar.
Toch bijzonder dat dat nu een keer van de andere kant kwam en van nieuwe mensen, ondanks alles.
En dat dat daarom mede zo’n emotionele eerste voorlichting was.
Ik voelde geen verliefdheid toen ik in de ogen van die student keek, ik voelde vriendschap.
Ik voelde dat ik met haar wel vrienden zou kunnen worden.
Dat dat gezien mijn rotsituatie van een heel jaar lang en de jaren ervoor intenser was dan de beleving van een verliefdheid. Ik kwam mezelf op dat moment keihard tegen en dat ik haar daarom niet al te lang aankeek.
In een flits kwam voorbij hoe ongelukkig ik dat jaar was geweest en dat niemand dat wist. Tegelijkertijd dat ik mezelf geen illusies moest maken. Maar dat ik toch echt vriendschap zag, een mogelijke klik met haar. Dat heb ik niet tegen mijn vriend gezegd. Vandaar dat dat niet in dat verhaal staat. Maar dat dit de waarheid is.
Hoe complex sommige dingen zijn en hoe genuanceerd.
En dat je na zo’n jaar daar blij van wordt, kan ik je zeggen.
Dat hoefde niet wederzijds te zijn en dat verwachtte ik niet:
Ik voelde dat ik weer leefde door hele normale dingen.

Over mij. Ik ben niet bipolair. Dat zeg ik al verkeerd: ik heb geen bipolaire stoornis.
Je bent immers niet de stoornis! Nee nee, want de bipolaire gemeenschap is streng!
Mijn God, ik doe gelukkig niet zo moeilijk. Stomme bipolairen.
Klein grapje moet kunnen. Ik ben toch overgestapt!

Ik heb een schizo-affectieve stoornis bipolaire type, wat inhoudt dat ik psychotisch kan zijn niet enkel gedurende een depressieve stemming of een manische stemming, maar ook als mijn stemming gewoon normaal is. Ik ben niet schizofreen. Ik heb kenmerken van een stemmingsstoornis, in dit geval bipolariteit dus manisch-depressiviteit en daarnaast heb ik kenmerken die horen bij schizofrenie, waaronder dat ik de neiging heb me te isoleren.
En dat heb ik geweten!
Maar schizofrenie is gelukkig echt van een heel andere orde, dat heb ik niet.
Wat ik heb is minder erg.

Ik vind dat dingen doorbroken moeten worden. Het zijn heel menselijke situaties.
Dat is ook een reden om dit verhaal te schrijven, samen met mijn andere levensverhalen.
Die situaties zijn niet allemaal psychotisch, maar wel allemaal menselijke levenssituaties.
En daar doet dit verhaal niet voor onder, zelfs al gaat het om een psychose.

Wat ik vind van dit net geschreven stuk.
Wel openhartig, mogelijk zelfs persoonlijker en duidelijker.
In een persoonlijk verhaal zit ook een verhaal.
Om jou iets te vertellen.

Zoals terugkomt in mijn verhalen:

Je ziet dat de realiteit niet altijd alleen maar mooi is.
En dat de schaduwzijde ook mooi is.

Dat die er altijd is, en dat die er altijd mag zijn.

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.