Italiaans ijs

Het moment van de waarheid is aangebroken. Mijn operatie begint binnen enkele ogenblikken.
Een knappe bruine man met haarnetje en mondkapje, maar het staat hem goed…
Hurkt naast me neer, en zegt: “Ciao! Ik ben Italiaan”.
Snut verdulleme, het Radboud heeft nergens op bespaard! Dacht ik.
Hij wacht even mijn reactie af en glimlacht zijn witgebleekte tanden bloot.
Als hij merkt dat hij toch minder reactie krijgt dan hij gewend is, zegt hij:
“Io sono jouw anesthesist van vandaag! Vergeet mijn naam niet. Jij altijd naar mij vragen!”
Ja, daar zeg je me wat. Die heb ik niet kunnen verstaan!

Die Italiaanse spanning ook.
Ik zeg enigszins nerveus in al mijn mannelijkheid: “Nou, hallo. Ik ben Remi”
“Jij mijn vriend. Jij mooi dromen! Jij dromen waarvan?”
Hilarisch, dit. Heel even hoopte ik dat Frans Bauer binnen zou komen: “Bananensplit!”
Nee, ik wist ’t zeker: Bert van Leeuwen is toch leuker.
Met z’n oranje zonnebankhuid en het spierwitte van de duurste Huwelijksbijbel rondom zijn oogjes.
Hij komt altijd overal binnen, dus misschien!
Ik durfde het risico ondertussen niet te lopen langer op zijn bezoekje te wachten.
Je kan maar zomaar in één keer weg zijn!

“Wat jij wensen? Mooie vrouw?”, zegt hij, terwijl hij getraind één donkere wenkbrauw optrekt.
Ik glimlachte zonder woorden, maar keek hem al seinend aan, hopend op begrip:
Io scrivono te mucho stukjes laatste tijd over vrouwen, comprende?
Terwijl, meneer de Italiano, ik vind mijn stukjes over vrouwen wel de moeite waard.
U ook? Sì?
 
Hij knikte op de automatische piloot. Keek me niet langer aan, maar leek me, terwijl ik verder weg begon te zakken, met elke knik beter te hebben begrepen.

Wat een cadeautje, deze woeste Italiaanse vrouwenverslinder!
Van het eerst nog zo ontspannen gezicht van mijn lieve moedertje naast mijn bed, was al snel niets meer over. Ik kon aan haar zien dat ik haast moest maken.
Je wist het maar nooit met deze Italiaanse God…

Ik bedacht me vliegensvlug waar ik voor het laatst een Italiaan had gezien.
Dat beeld kwam meteen boven.
“Mag ik graag één pecannoten bolletje met nog een bolletje mango bovenop?”
Al snel realiseerde ik me dat die wens wat aan de lange kant was om uit te spreken.
En hoe zeg je pecannoten tegen een echte bruine macho Italiaan ook alweer?!
Zeg je dan peeee-can, of zeg je puh-can! Ik wist het niet meer.
Hij gaf me nog maar heel even.
Spoot ongemerkt iets bij me in, terwijl hij mij glimlachend in alle rust aan bleef kijken.
Het herhaaldelijke “Mijn schrijvende vriend, mijn vrouwenlievende vriend” nam toe en de sfeer werd lichtjes ongemakkelijk.
Ik besloot voor de kortste weg te gaan.

Even was het That’s The Question.
Een oranje Bert van Leeuwen, maar met de vertrouwde witte Huwelijksbijbel-oogjes, stelde me in het donker de vraag en ik stond voor eens en voor altijd in het Evangelische Omroep-licht.

“NOTEN!”, meende ik hardop gezegd te hebben en ging tevreden slapen, in de hoop wakker te worden met goddelijk Italiaans ijs, verzorgd door deze glanzende bruine meneer de Italiaan.

Helaas. Achteraf bleek: bereikte dat woord hem niet.
De verbinding was al verbroken, en bij mij ging zonder wens het licht uit.

Rampspoed is mij overkomen.

Toen ik na vier uur wakker werd, zat ik aan een simpel, goedkoop Oerhollandsch raketijsje.

En meneer de Italiaan? Hij was nergens meer te bekennen.

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 thoughts

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.