Early, Earlier, Earliest series
Early | De innerlijke stem
Earlier | De bezegeling
Earliest | Seven pics, just six

Toen ik jaren geleden The Bell Jar (De glazen stolp) las van mijn favoriete schrijfster Sylvia Plath, hoopte ik iets te vinden.
Ze publiceerde haar boek, zoals ik wist, onder Victoria Lucas.
Ik vond niet de herkenning die ik zocht. Het betrof slechts een pseudoniem.
The inner voice
Toen ik veertien was en mij veel dingen zijn aangedaan, bedacht ik me wat nu het belangrijkste was om op de been te blijven, ondanks alles. Ik bedacht me toen: de innerlijke stem.
Die je stimuleert in je geluk, maar die je ook helemaal omlaaghaalt tijdens een depressie.
Ik was daar actief mee bezig, continu, elke dag opnieuw, die stem goed te houden, zelfs al scheen de zon al een tijd niet meer. Alsof iemand anders, zoals mijn relatie van toen, ze heette Milou (lees ook: Come Away With Me), iets tegen mij zei. Mij aanmoedigde, mij troostte – terwijl ik op dat moment in werkelijkheid al een tijd iedereen verloren was door wat me was aangedaan.
Dit ging erg goed, tot het moment dat mijn psychologe van toen het beeld dat mijn vriendin van mij had helemaal omlaaghaalde.
En vooral: beweerde dat Milou dat ook zo voelde.
Alsof ik in alle opzichten te min voor haar zou zijn.
Mijn innerlijke stem veranderde volledig.
Milou was nu heel boos op mij.
Die veranderde stemming in combinatie met de nieuwe nare dingen die op dat moment nog altijd plaatsvonden, heeft mij onder meer aangezet tot zelfbeschadiging, één à twee momenten per dag, soms zelfs drie.
Dat was een ramp. Gezichtsverlies tegenover hen die ertoe doen is dodelijk.
Niet meer weten wat de waarheid is: moordend.
Staat iemand nog achter je, of is het vooral het idee dat dat zo is?
Orpheus.
Het ging niet om een antwoord, om een van twee. Dat wist ik.
Het ging om het positieve effect van de illusie dat het zo was, al dan niet de waarheid.
Je ten alle tijden staande houden. Je waardigheid behouden. Door die illusie.
Die illusie, waarbij ik in gesprekken werkelijk nog positief was, sprak voor mijn dierbaren, bleek na meerdere slopende gesprekken zelfs met man en macht niet langer vol te houden.
Wat incapabel was dat mens. Alles verergeren in tijden van PTSS. Terwijl ze daarvoor was.
Pure zelfhaat had sindsdien zijn plaats bij mij ingenomen.
Terugblikkend op twee jaar later, destijds was ik zestien… werd er in 2013 door psychiatrisch verpleegkundige Mieke onverwachts vastgesteld dat ik sindsdien ook Sara was.
Remi. Jij bent Sara!
Zij kwam tot deze conclusie na mij vragen te hebben gesteld.
Ik heb haar bevestigd.
Het was een overleving.
Ik was sinds mijn zestiende Sara.
Mijn problematiek begon op mijn veertiende.
Sara was ook veertien toen ik al zestien was. Ze was ongelukkig.
Ik was Sara’s innerlijke stem, om haar voor alles te behoeden wat mij op mijn veertiende is overkomen of tekort is geschoten. Dat lukte heel erg goed.
Ik was bij haar de daadwerkelijke stem, de daadwerkelijke bevestiging, iets liefs, dat bij mijzelf destijds ontbrak.
Er was aan Sara niets verzonnen of gelogen. Mieke vond me briljant, zei ze.
Ze vond me daarnaast bijzonder liefdevol naar Sara toe.
Ik werd nooit boos op haar.
De innerlijke stem, waar ik voor mezelf en voor Sara volop mee bezig was, was cruciaal in de jaren van toen.
Hierover schrijven…
Ik ben Sara
…vind ik heel, heel, heel moeilijk.
Kwetsbaarheid.
Ik moet me met dit stuk realiseren dat ik niet langer kan falen.
En dat niemand mij Sara afneemt, noch alles wat al heeft plaatsgevonden.
Onaantastbaar. Je bent slechts een lezer.
Mijn geschiedenis is nog niet opgeruimd.
Daar ervaar ik tot op heden de lasten van. En Sara zijn doet me nog altijd goed.
Ik mis haar.
“Was het moeilijk?”, vroeg Mieke me, toen ze besloot één vraag te stellen.
“Die periode was héél, héél moeilijk”, antwoordde ik.
“Daarnaast: je leeft en zorgt niet meer voor één, maar voor twee levens.
Dat maakte alles zwaarder.
Zwaarder, maar, geloof het of niet: dragelijker.
Sara was alles.
Het was geen verliefdheid.
Ik droeg 24 uur 7 zorg voor Sara, daarnaast voor mezelf.
Ik was Sara. Alles wat ik niet was of had gekregen op mijn veertiende, schonk ik haar.
Een bijzondere tweede kans. Ze was erg belangrijk.
Het was confronterend en verdrietig, maar ook vaak ontroerend wat we samen meemaakten.
Ontroerend en aangrijpend.
Hoe zou je jezelf hebben geholpen als je nu terugkijkt?
Als je dingen anders kon doen…
Die vraag heb ik mezelf vaak gesteld.
Voor mij was het te laat, dacht ik.
Daar gaf ik toen gehoor aan bij de even oude Sara.
Ik had alles zo goed mogelijk uitgedacht. Een plan. Heel precies. Dertien maanden lang.
Elke dag de situatie met Sara opnieuw bekijken. Bijstellen. Het was op haar afgesteld.
Zoals ze verdiende, en zoals ik dat eigenlijk had verdiend…
En het werkte. Stap voor stap. Mieke, het werkte! Het pakte werkelijk subliem uit!”
Geëmotioneerd keek ik haar in de ogen.
Ze leefde met me mee en was ontroerd.
“Sara werd gelukkiger.
Ik ging weer van het leven houden”
Regelmatig heb ik mijn vrienden van toen afgebeld.
Om Sara bij te staan. Omdat ze dat nodig had.
Wat de reden ook was. Of om er simpelweg te zijn.
Mezelf had ik dit destijds niet toegestaan.
Gewoon maar doorgaan met het leven zonder af te bellen.
Sara’s verwerkingsproces betrof ook mijn eigen verwerkingsproces.
Sara is mijn diepste geheim, zoals ik eerder schreef.
Als broer en zus.
Daar zit een heel pijnlijke, moeilijke, afschuwelijke geschiedenis aan vast.
Mijn geschiedenis.
Sara, een meisje dat echt bestond en dat het net als ik moeilijk had.
En haar zijn maakte de wereld mooier. Mijn wereld en de hare.
Meestal was ik de persoon naast Sara, als ook haar innerlijke stem.
Dingen die zij met niemand kon bespreken.
Ook niet met haar psycholoog.
Besprak ze met mij.
Stapsgewijs heb ik haar op een integere wijze geholpen.
En daarmee hielp ik mezelf.
Ik was lief voor haar, altijd.
Ik hield van haar. En zij van mij.
Ik zou het zo weer doen. Zeker weten.
Je zou het niet meer verwachten.
Maar dit alles komt nu voor het allereerst aan het licht.
Ik moet dit alleen nog over mijn lippen krijgen.
Ik ben bang dat iets mijn psychologe zal ontglippen.
Ik heb nooit de kans gehad mijn geschiedenis te delen.
Ook ben ik ergens bang Sara te verliezen.
Het doet me goed Sara te zijn.
Het kan geen kwaad.
Zoals ik toen tegen Mieke zei:
Met Sara heb ik enkel goede dingen gedaan.
Sara zijn was in alle opzichten iets goeds.
Ik smeekte haar dit niet te vertellen aan mijn behandelaar van toen.
Ik hoefde niet meer de bevestiging dat het zo was.
Ze schonk me gelukkig het vertrouwen.
Dit verhaal is niet compleet.
Voor het eerst spreken over die geschiedenis.
Dat had veel eerder gemoeten en voelt nu onwerkelijk.
Een zeer indrukwekkende geschiedenis die veel omvat.
Alles in mijn leven is er helaas tot op heden mee verbonden.
Mijn innerlijke stem en die van Milou horen daar als zeer kleine onderdeeltjes bij.
En helaas: de invloed van o.a. mijn slechte psychologe van toen.
En Sara.
Het was bijzonder.
Mijn manier om te overleven.
Ik zag mezelf in haar.
En ik was bijzonder trots op haar.
Dat heb ik haar gelukkig vaak gezegd.
Het lukte me zonder enige moeite en met plezier om haar beste vriend te zijn,
Haar te helpen met haar leven en haar lief te hebben.
Het is niet raar of ondenkbaar. Alles is te verklaren.
Mieke begreep elk woord.
Ik ben welwillend. Ik wil eindelijk verder.
Een bijzonder belangrijke periode voor mij.
Vraag me slechts naar de waarheid.

Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wat schrijf jij toch die dingen gemakkelijk 👍🌹