Er is met de jaren veel verbeterd in de ziekenhuiszorg, maar hoe vergaat het je nu werkelijk als jonge, succesvolle vrouwelijke urologe in de echt mannelijke artsenwereld van een academisch ziekenhuis als het Radboudumc vandaag de dag?
Is er wel sprake van verbetering?

Van alle urologen die ik in het ziekenhuis ken –
Ik ken ze allemaal en zij kennen mij…
Is er, na mijn hoofdbehandelaar,
Eén die er voor mij in het bijzonder uitspringt.
Waarom?
Omdat ze steengoed is.
Het zwart van haar koffie –
Even zwart als dat van haar collega’s
Wat mooi afsteekt bij haar witte jas,
Heeft ze nog maar net op
Als zij bij mij op de deur klopt.
Vergezeld wordt ze
Door drie mannen in
Dezelfde witte jassen –
Langer, ouder, arroganter
Beslist niet wijzer dan zij.
Vanuit mijn kamer hoor ik alles –
De venijnige sfeer die er hangt op de gang
Tussen hen onderling… Voelbaar, bijna tastbaar,
Was meteen al te bemerken geweest.
Eenmaal op mijn kamer besluiten de mannen
Zich niet te herpakken. Er speelt iets.
“Goedemorgen, meneer Cornelissen”
Eén van hen neemt,
Terwijl zij met zijn vieren
In een positie staan
Die aangeeft dat zij de leiding heeft
En zij net haar mond open wil doen,
Het woord.
“Hai, Remi, goedemorgen.
Was je er weer”, zegt ze,
Alsnog. Voelt zich gepasseerd.
Bewust richt ik me slechts tot haar,
Iets wat de mij bekende heren niet ontgaat.
Schenk haar een begripvolle
Glimlach terug.
We wisselen blikken,
Hebben beiden door wat gaande is.
Geenszins konden we voorspellen
Wat vervolgens komen zou.
Alles wat ze aandraagt
Wordt hinderlijk onderbroken.
Alles wat ze doet
Wordt overgenomen.
Ze wordt in mijn bijzijn –
In het bijzijn van een patiënt,
Op vergaande manieren –
Zoals enkel artsen dat kunnen,
Gekleineerd.
Omdat ze jong en intelligent is;
Omdat ze vrouw is;
Omdat ze succesvol is als arts;
Omdat ze drie jaar jonger is –
…Met haar op dat moment 24 levensjaren,
Dan ik.
Gedurende dat pijnlijke moment
Spreek ik slechts met haar.
Iets wat hen het zwijgen oplegt
…Hoewel zij diezelfde attitude behouden
En mij meermaals pogingen bereiken
Haar samen met hen neer te halen.
Tot ik mijn mond opendoe,
Ik opkom voor haar kwaliteiten,
Benoem dat ik die bij hen mis –
Hun blikken staan plots anders.
Als ze alle drie aandachtig luisteren,
Spreek ik die ene zin uit:
“Zij heeft, toen ik zeer kritiek lag op de Spoedeisende Hulp, eigenhandig mijn leven gered”
Ze vallen compleet stil.
En de volgende zin die ik uitspreek maakt hen duidelijk,
In plaats van hun aangedragen suggestie om
Haar geheel weg te denken…
Dat zij mijn visites voortaan geheel alleen loopt!
En zo geschiedde.
Bedrukte mannengezichten
Verwijderen zich na een schamel
“Zoals u wenst, meneer Cornelissen”
Zij glimlacht verwonderd
Als ze langs me loopt.
Minder dan vijf minuten later
Is ze terug en zegt:
“Dankjewel, Remi. Echt waar.
Dat was erg sympathiek van je.
Als ik ooit nog iets voor jou kan doen…”
Ze geeft me haar visitekaartje.
“Dat heb je al ruimschoots gedaan. Ik deed slechts wat ik moest doen –
Je hebt mijn vertrouwen nooit beschaamd”, zeg ik vriendelijk.
Ze krijgt een kleur en bedankt me nogmaals,
Glimlachend wensen we elkaar een fijne dag.
De volgende dagen en gedurende nieuwe opnames kwam ze telkens alleen,
Waarbij ze zich, zo meende ik te merken, zichtbaar sterker voelde.
Ik ken niemand die zo stipt, secuur en daadkrachtig is als zij –
Op mijn hoofdbehandelaar na,
Is zij, van het hele team,
De beste urologe die ik ken.
Sinds die bewuste opname is zij,
Als ze in huis is, mijn vaste arts
En heeft ze ook daarna nog meermaals
Mijn leven gered.
Haar visitekaartje heb ik nog.
Ik heb haar nog nooit hoeven bellen.
Ze is er namelijk als vanzelf altijd!
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Mooi!
alwwer zo mooi geschreven wat ga je dat goed ar zo Remi