Waargebeurd.
“Ah, bah”, antwoord ik spottend, na hun vraag met welke muziek ik het minst heb.
Mijn vader zou hierover waarschijnlijk gezegd hebben:
“Niet minder intelligent, slechts niet zo snugger!”
De doorslaggevende volgorde sterk afhankelijk van de persoon in kwestie.
Zelf zou ik dat moment nu erg dom hebben genoemd!
Weken later. Ze staan met zijn vijven in het krappe pianohok. Er kan niemand meer bij en ademen is plots een godsgeschenk. Dit is niet pluis, zegt mijn toen 21-jarige gevoel.
Ik kijk even voor me. Het liefst was ik zo in de piano gekropen…
“Wat is de bedoeling?”, vraag ik voorzichtig toch maar.
“Jij gaat nu voor ons ABBA spelen, jongen.
Daar houd je van, toch?! Je hebt toch zoveel talent! Doe maar!”
Heel even zie ik het schrikbarende beeld voor mij hoe Agnetha en Frida, Benny en Björn mij samen met hun kostbare instrumenten op mijn Hollandse köpke* (*= Zweeds voor hoofd) afstraffen als ik hun levenswerk, hun muziek, nu zou vernaggelen.
Ze leven immers nog, daar ben ik mij akelig van bewust.
“Nou?
Komt er nog wat van of kan je het niet?”, wordt me toegebeten, gevolgd door gemeen gelach.
Van de openstaande klep van de piano kijk ik weer in de ogen van de dreigende vijf.
Ik slik mijn speeksel weg en verman mezelf.
Met een zo zwaar mogelijke stem en een felle blik, waar zelfs Björn en Benny in die aparte pakjes nog een puntje aan hadden kunnen zuigen, zeg ik:
“Ik doe het”* (* = bij een gebrek aan Zweeds)
Terwijl de vijf zich hier zeer over verkneukelen kiezen zij het eerste nummer, nadat ik mijn hoofdtelefoon heb opgezet. The Winner Takes It All schalt in mijn oren.
Kort daarna, zonder hoofdtelefoon, speel ik dat nummer en zeg met iets meer lef:
“Het lijkt wel over ons te gaan, of niet dan?”
Een uitspraak die de vier bandleden zouden hebben toegejuicht, zo bedenk ik me.
Met ABBA aan mijn kant is het nu vijf tegen vijf.
De songtekst wordt meteen nagekeken door mijn tegenstanders.
I don’t wanna talk
About things we’ve gone through
Though it’s hurting me
Now it’s history
I’ve played all my cards
And that’s what you’ve done too
Nothing more to say
No more ace to play
The winner takes it all
The loser’s standing small
Beside the victory
That’s her destiny
Hoewel ze van mijn pianospel zichtbaar onder de indruk lijken,
geven ze niet op, de songtekst lezend. “Je vindt jezelf wel heel wat, hè?”, wordt geroepen.
Ik haal diep adem en zet mijn hoofdtelefoon weer op.
Take A Chance On Me klinkt. Vrolijk dansen daarna mijn vingers over de toetsen.
Ik gun ze zelfs een zwoele blik en zeg: “Jullie mogen wel meespelen, hoor!”
Twee gitaren worden gehaald. Ze zoeken naar de akkoorden.
Die geef ik ze, terwijl ik zelf driftig verder speel.
“Oh, mijn god. Kan jij dat?!”, nadat ze inderdaad de juiste akkoorden aanslaan.
Mijn lach kan ik niet onderdrukken.
Nadat hun vingers over de snaren gaan wordt voor het eerst meegezongen door één van hen.
We krijgen er zelfs allemaal zin in en ons samenspel klinkt goed.
“Nog eentje dan”, zegt iemand, terwijl ik dit keer mijn hoofdtelefoon zelfs hoogstpersoonlijk aangereikt krijg.
Chiquitita klinkt en weerklinkt door mijn vingers. Ik speel het zo na.
“Wauw, dat klinkt echt heel mooi en gevoelig. Wij zijn zwaar onder de indruk!
Hier moet je echt iets mee doen, Remi!”
Even wens ik dat Björn, Benny, Frida en Agnetha dit moment met mij delen en moet ik lachen.
Alleen maar lachen. In mijn gedachten zijn ze er vrolijk dansend en huppend in hun pakjes bij.
“Ach, ik heb mijn eigen Agnetha, Benny en die Anderezoon”, grap ik tevreden naar de vijf,
terwijl ik de laatste toetsen aansla. Er wordt gelachen, er wordt voor me geklapt en ik word zelfs luid door iedereen toegefloten.
Met een glimlach sta ik op, sluit de klep van de piano en,
al benieuwd naar wat muziek ons morgen weer zal brengen,
doe ik als laatste het licht uit*.
(* = Sindsdien heeft ABBA er een trouwe fan bij!)

Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
