
Als kind kon ik iets bijzonders: ik hallucineerde, iets wat hoorde bij de zeldzame vorm van epilepsie die ik heb gehad, waar ik overheen ben gegroeid.
Alles wat en wie ik wenste zag ik voor me, waar en wanneer ik wilde.
Tot mijn twaalfde levensjaar, toen hield het plots en abrupt, zonder afscheid, op.
Dat viel me zwaar.
Mijn blijvende verbintenis met Mariken van Nieumeghen, op jonge en latere leeftijd.
Het is bedtijd. In mijn pyjama beklim ik de ladder van mijn stapelbed.
De hele dag heb ik hiernaar uitgekeken. Eindelijk weer Mariken zien!
Ik kijk naar het plafond.
Met een sprietje in haar mond ligt ze op haar buik in het gras.
Ze lacht naar mij.
“Mariken, mag ik jou iets vragen?”
Ze knikt.
“Heb jij een navel?”, vraag ik haar voorzichtig.
“Ja. Je hoeft geen schrik te hebben”, stelt ze me vriendelijk gerust.
Een stilte valt. “Mag ik die eens zien?”, vraag ik weer.
Glimlachend zegt ze “Natuurlijk! Wanneer wil je het zien? Nu?”.
Ik denk even na en zeg “Morgenvroeg ga ik in bad. Kom je mee? Gaan we samen”.
Vrolijk zegt ze “Dat wil ik wel!”.
Samen zitten we de volgende ochtend in de volgelopen badkuip.
“Jullie bad is blauw!”, roept ze uit. Ik lach en knik.
Verlegen zegt ze “Eerlijk gezegd heb ik nog nooit in een bad gezeten…
Archibald waste me altijd in een wastobbe”.
Langs onze lijven loopt het warme water. Ik geef haar een knuffel.
“Je ruikt lekker”, zeg ik.
Ze zegt dankjewel en zegt “Vrome meisjes ruiken naar bosviooltjes”.
Haar buik komt nu boven het water uit. “Die wilde je nog zien”, zegt ze me.
Ze toont me haar navel en zegt “Je mag wel voelen, hoor!”.
Met mijn vinger voel ik voorzichtig het kleine kuiltje in haar buik.
“Heb jij geen navel?”, vraagt ze me.
“Ik ben een satanskind”, zeg ik.
Ze denkt even na en vraagt “Was je elke dag je voeten?”.
Ik moet lachen en knik. Ze geeft me een kus op mijn wang.
“Je bent erg lief voor een satanskind”, fluistert ze.
Verlegen kijkt ze me aan.
“Wil je Zwitsal of Bubble Joe?”, vraag ik haar.
“Dat wat jij neemt, graag”, zegt ze tevreden. Ik was haar haren.
“Remi?”, vraagt ze, als ik de shampoo heb uitgespoeld.
“Ja, Mariken?”, zeg ik met een glimlach.
“Wil je een geheimpje horen?”
Knikkend kijk ik haar aan.
Zachtjes zegt ze “Je bent de eerste jongen met wie ik in een bad zit.
Ik dacht, als ik nu met jou in een bad ga, kom ik misschien van mijn bosviooltjes af…”.

“Wij gaan het morgen hebben over Mariken van Nieumeghen”, zegt mijn leraar Nederlands tegen ons als klas, nadat hij met krijt haar naam op het bord heeft geschreven.
Ik kijk weg, terwijl mijn herinneringen boven komen.
De volgende ochtend vroeg staat mijn taxi voor, klaar om opnieuw naar school te gaan.
Ik stap in en we rijden richting Nijmegen.
Als we over de Waalbrug rijden zeg ik “Zet me er hier maar uit”.
De chauffeur, die mij al jaren kent, doet wat ik zeg.
Ik stap uit en gooi mijn deur dicht als ik word geroepen.
Nog eenmaal doet mijn chauffeur zijn raam omlaag, kijkt me aan en zegt
“Geen gekke dingen doen, hè”.

Ik zet de pas erin. In het centrum van de stad is alles dat onverlicht is donker en koud.
Winterkoud, onderhuids te voelen in mijn depressieve ziel. Bij de V & D besluit ik een kop koffie te drinken, samen met speculaastaart. Het is de tijd van Sinterklaas, waarin iedereen gelukkig is. De vriendelijke serveerster zet op mijn verzoek het dienblad op mijn tafeltje. Leeg zijn even later mijn koffiekop en schotel, waarna ik mijn weg naar buiten vervolg.
Het is onwaar dat ik er niet op gekleed ben; onprettig is het niet mijn eigen kou te voelen.
Bij de Waalkade aangekomen kijk ik over het meedogenloze water.
Gewaar ben ik me van het overvloeien van mijn gedachten in neigingen.
Het kan zo voorbij zijn, bedenk ik me. De verheerlijking.
Op dat moment begint het flink te waaien en te regenen. Ik denk aan de gemiste Nederlands les van vandaag, aan mijn Mariken en aan haar tranen, als mistroostige parels op het wateroppervlak… Haar verdriet om mij.
Het wenen van Mariken te Nijmegen.
Doe het niet…, zegt ze zacht.

Uiteindelijk zit ik in de bus op weg naar huis.
Verslagen en gered, door Mariken.
Eenmaal terug op school zegt mijn leraar Nederlands “Ben je er weer, Remi.
Wij hebben het gehad over Mariken van Nieumeghen. Weet jij iets van Mariken?”
Als een ononderbroken wervelwind vertel ik hem alles wat ik weet.
“Je hebt duidelijk gestudeerd!”, komt hij komisch uit de hoek.
“Geen grap: ik moet zeggen, ik ben zeer onder de indruk, meneer Cornelissen”.
Hij geeft me een knipoog en een schouderklopje.
Ik heb haar persoonlijk gekend, wil ik bijna zeggen, maar zeg het niet.
Lachend kijk ik hem aan. “Dank u wel, meneer”.
Een paar jaar later. “Zit je goed?”, vraagt mijn vader me.
De gordijnen van het theater gaan open. Er verschijnt een meisje op het podium.
Zij speelt Mariken. “Het was prachtig!”, zeg ik na afloop.
Ik heb echt genoten, samen met mijn vader.
Toch zal ik mijn eigen Mariken nooit en te nimmer vergeten!

Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

One thought