
Mijn Engels docent opende de gesloten kast,
een lage kast die daar altijd gestaan heeft,
zoals ik er elke schooldag langs liep,
zijn hand hanteerde de sleutel, ronddraaiend in het slot.
Onbekend met de inhoud van de kast, zag ik voor het eerst
slechts een handvol aan boeken. Hij pakte het exemplaar van zijn keuze,
schoof de schuifdeur weer in het slot, gevolgd door dezelfde handbeweging.
Nadat hij overeind was gekomen,
deed hij met een subtiele glimlach het boek van zijn handen.
“Zocht je dit?”
Ik bekeek en bevoelde het boek dat,
ik kon het niet geloven,
altijd zo dicht bij me was geweest.
“Heel erg bedankt,” zei ik,
terwijl ik het omslag met ontzag in me opnam.
“Een uitstekende keuze. Good luck,” gevolgd door een knipoog.
Onderweg naar huis opende ik in de taxi mijn tas, was zeer verheugd.
Voorzichtig dat het boek niet zou beschadigen,
streek ik met mijn vingers over de letters van de harde kaft.
The Bell Jar
Sylvia Plath
Nooit komt een diagnose onaangekondigd.
Ik heb het geluk gehad jaren beste vriend te zijn geweest
van iemand die hoogbegaafd was, zeer breed geïnteresseerd,
met een echte liefde voor taal en cultuur.
Door haar leerde ik Sylvia kennen,
nog vóór het boek ooit te hebben aangeraakt.
Plath was schrijfster en poëet, manisch-depressief,
heeft zichzelf destijds van het leven beroofd.
Gelijktijdig leerde ik ook mezelf kennen,
want natuurlijk, ik heb het met
mijn desbetreffende beste vriendin
ook over gelijkenissen gehad.
Wat wilde ik graag Sylvia zijn,
dat zou een ware bekroning
op mijn geschiedenis vol depressies en
mijn liefde voor schrijven zijn.
Onze uitkomst was destijds dat
ik dicht bij haar
in de buurt kwam.
Slechts minder dan een jaar later,
na het doen van mijn boekverslag
van The Bell Jar door Sylvia Plath
aan mijn Engels docent…
…werd ik gediagnosticeerd
met dezelfde –
met haar diagnose.
Op het verdriet dat ik had, nadat ik dit hoorde,
bleek het een troost
daadwerkelijk dichter bij haar
in de buurt te zijn,
met dezelfde beperkingen,
dezelfde donkere blik,
als ook: dezelfde passie voor schrijven.
Ik liep het lokaal in,
gevolgd door slechts mijn Engels docent,
die de deur achter zich sloot.
Hij was voelbaar oprecht geïnteresseerd.
Alles wat ik wist van Sylvia,
samen met de kennis van dit door ons
veel besproken, aanbeden boek,
viel samen met dit moment.
Na Sylvia Plath en The Bell Jar,
als ook haar partner en tevens poëet Ted Hughes
samen uitvoerig en interessant te hebben belicht,
stelde hij mij meerdere persoonlijke vragen.
Vragen die ik aan had zien komen,
met betrekking tot mijn gelijkenis,
mijn passie voor Sylvia, als ook
mijn eigen depressies.
Antwoorden die ik hem, als enige,
zo sympathiek als ik hem vond,
bereid was te geven.
Het was het mooiste gesprek
dat ik in jaren gevoerd heb.
Mijn vriendin wachtte in spanning
op de uitslag van dit gesprek.
Ze wilde vurig aantonen dat ik wel degelijk
iets te bieden had.
Hoe kon dat nu beter dan met Sylvia Plath?
Mijn docent was onder de indruk geweest,
mede door het persoonlijk vlak,
waarnaar we samen waren afgedwaald.
Ons gesprek had lang geduurd.
Zichtbaar aangedaan, vol sympathie,
hij wist nu immers persoonlijke dingen,
die hij tot dan toe niet van me geweten had,
richtte hij zich tot mij…
…terwijl hij “Excellent” zei.
Enkele maanden later ging ik
met pijn in mijn hart voorgoed van school.
Mijn vriendin wist desondanks zeker dat mijn tijd nog wel zou komen.
Dit moment is me van harte bijgebleven,
waaronder ook mijn passie voor Sylvia Plath.
Al haar dagboeken, gedichten, documentaires, een film,
dit boek en een biografie van grote omvang,
ik lees ze graag en heb ze inmiddels
allemaal in mijn bezit.
Het beschrijven van pure duisternis,
zoals Plath dat doet, wellicht vanuit haar diagnose…
Dat vind ik werkelijk ware kunst,
in tijden de herkenning en bewondering koesterend,
als iemand die haar graag had willen kennen.