Site icoon Remi Cornelissen

Plekzooi

Gelukkig had ik net doorgetrokken, waarna zij als verpleegkundige op mijn bel af ging,
zich met een bepaalde haast naar de pot snelde en onthutst zei: “Je hebt al doorgetrokken!”
Ik moest lachen, maar mijn lach verging me toen ze zei:
“Ja, je weet wat dat betekent, hè! Nu moet je het beschrijven.”
“Wat beschrijven?”, vroeg ik enigszins gealarmeerd, maar nog voorzichtig hoopvol.
Toen ik die beschrijving toch maar gegeven had, riep ze:
“Eén grote plekzooi, zouden ze bij ons in Brabant zeggen!”
Ik proestte het uit. Haar eerstvolgende dienst, ze kwam met haar gezicht om de deur…
“Plekzooi!”, riep ik met een glimlach.
“O jee, dat heeft wel indruk gemaakt…”
Andere uitspraken die ze deed waren:
“O nee, het gezeik is weer begonnen!”, als ze mijn urine weer op moest vangen.
Maar mijn favoriete uitspraak was toch wel…
Ik poetste mijn tanden vanaf een stoel, zij bevond zich in een hoek van de kamer,
ik keek haar halverwege aan en zij zei:
“Nou komt die blik van ‘Help mij, help mij!’”
Dat was het moment dat een warme mengeling van tandpasta en mijn kwijl zich niet langer in mijn mond bevond, maar als een spuitende fontein naar buiten kwam.
“Gadver! Hou het binnen, hou het binnen!”
Afgesloten met…
“Wie kan dat nu weer opruimen, hè?”
In tijden hebben we niet zo gelachen.
En als zij lachte, zag je slechts twee blije streepjes.
Daarom noemde ik haar Pretoogjes.
Ze moest zelfs even vijf minuten uitlachen, had helemaal de slappe lach,
vóór ze weer naar een kamer ging waar het bittere ernst was.
“Keep it cool, hè,” zei ik nog.
“Ja, dankje. Tot morgen dan, hè.
Wel zwaaien als ik je morgenvroeg door de vitrage
met mijn slaperige ogen aankijk,” zei zij, nog half lachend.
Met twee vingers gaven we elkaar het Peace teken.
“Tot morgen, Maartje! Bedankt!”

Delen:
Mobiele versie afsluiten