De kerstshow

“Je maakt afspraken als je je goed voelt,
maar… voel je je tegen die tijd slecht,
dan denk je…”

Mijn vriend zwijgt en denkt even na.
Verwonderd over zijn eigen antwoord,
kijkt hij mij allesbeslissend met grote ogen aan,
roept in voelbare paniek:
“Dan denk je: ‘O nee, ik heb afspraken!’”

We schieten allebei in de lach.
Het is die gemoedelijke lach der herkenning.
Hij kijkt me vriendelijk aan,
van achter zijn koffiekop, en neemt nog een slok.

Eenmaal de koffietank weer vol,
maken we aanstalten om te vertrekken.
Hij wijst mij op het oranje kaartje
dat voor me ligt. Er zit een kreukje in,
het kreukje van te veelvuldig gebruik.
“Moet je die niet mee?”

“Nee, genoeg aankopen gedaan
de laatste tijd!”
Hij moet om me lachen,
weer betreft het iets dat hij herkent.

Kort daarna staan we in een lift.
Die zat eigenlijk al vol, maar
een vrouw was zo vriendelijk
voor ons met de trap te gaan.
Nu staan we met overgebleven
dochterlief, een volle
winkelwagen waar een
platgeslagen hondje in zit,
mijn vriend en mijn rolstoel,
in de glazen cabine,
die langzaam omhoog gaat.

Mijn vriend stelt vast dat het hier
om een hondje gaat, door
“Hondje” te zeggen.
Het geamputeerde neusje
van het ding bevindt zich
bij mij op ooghoogte, terwijl
het mij vrijelijk besnuffelt, maar
vijandig kijkt.
Even komt het in me op “Kat” te
zeggen, maar ik zeg dit toch maar
niet, ik heb het intellect van mijn
familie hoog te houden.

De lift gaat wel zo langzaam,
dat mijn vriend de kans benut
de dochter aan te spreken.
Zij meent te luisteren, maar
komt hier gedurende onze
tergend langzame tocht op
terug, kijkt halverwege toch
de andere kant op.
Het platgeslagen varkentje
keert ook mij de rug toe,
wil me niet meer kennen,
ik ben voor hem inmiddels
bekend terrein.

Na haar work-out is het
moeders die voor ons
de glazen deur opent.
Wij bedanken haar.

Bedolven onder
witte bomen groot en
klein, vol nepsneeuw,
wanen mijn vriend en ik
ons in de wonderlijke
kerstwereld vol ballen,
modelhuisjes en lichtjes,
een wereld die eind
oktober enkel door
een commercieel
tuincentrum bedacht
kan zijn.

Mijn vriend vindt
het komisch mij te wijzen
op alles wat ik had kunnen
kopen, had ik mijn pasje gehad.
“Dat had je kunnen kopen,
dat en… o ja, ook dat!”
Voor mij uit wijzend werkt
zijn schaterende lach erg
aanstekelijk,
de twee bipolairen zijn
weer op stap!

Met een hoop schik
wijst hij naar de allerhoogste
kerstpuzzel op een gigantisch
hoge berg Jan van Haasteren-
puzzels.
“Die wil ik,” zegt hij, als in:
ga jij hem even halen?

Na alles gezien te hebben,
zitten we even later weer
in zijn auto.
“Vond je nou werkelijk
iets mooi?”, vraag ik hem.

“Zo’n klein boompje
was nog wel geinig geweest,
maar verder… Nee.”

“Ik ook niet,” zeg ik.
“Pinpas toch niet nodig gehad!”

Hij laat zijn bulderende lach
nog even horen, die waar ik
altijd zo vrolijk van word,
en brengt me weer thuis.

“Gauw weer,” zeggen
we bij mijn rode voordeur.

We gaan ondertussen
allebei bedenken waar we
dan naartoe zullen gaan,
weer samen op pad. Al hebben
we voorlopig wel genoeg
kerst gehad…

Het wordt tijd voor iets
nieuws!

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.