Rumi beschreef het zo mooi in een gedicht:
There is a field. I’ll meet you there.
Maar tot die tijd.
Moet je het dan doen met minder?
Als je de mogelijkheden die er zijn,
al uitgebreid en lang geprobeerd hebt.
Dan zijn het in mijn ogen geen
mogelijkheden meer.
Ontdekken dat je niet voor
elkaar gemaakt bent, is ook een stap. Toch?
Er wordt dan snel gedacht, geoordeeld,
dat het helpend zou moeten zijn,
dat je de wanhoop nabij bent.
Dat was zo, toen ik in je auto stapte.
Vol goede moed wilde ik er iets van
maken. Dat bleek uit alles.
En je auto tevergeefs weer verliet.
Kennelijk is niet elke mogelijkheid
een oplossing.
Ben ik nog altijd een normaal persoon
gebleven, met normale wensen, grenzen
en voorwaarden, met recht op normale
vrienden, waarbij er sprake is van wederkeer;
we moeten elkaar allebei de moeite waard vinden.
Je was me tegengevallen.
De leegte die heerste tussen ons,
elke keer dat ik je zag.
Dat ging niet over één nacht ijs.
Het is in een wereld vol anderen moeilijk
vast te houden, aan dat je nog altijd die
normale persoon bent
(en niet desperate).
Niet een object dat alles maar best vindt.
Gelukkig zijn er ook successen.
Mensen waarmee het meteen klikte
na slechts één enkele ontmoeting,
zoals het meteen werkte tussen ons,
en er geen twijfel was.
De vraag of er een vervolg kwam,
was niet aan de orde.
Dat vervolg kwam er,
geheel vanzelfsprekend.
Drie mensen maar liefst.
Een man en twee vrouwen.
Ik ben niet erg moeilijk.
Tegenover de tegenvallers
drie mooie personen,
dat lijkt mij een normale
afspiegeling van een sociaal leven.
(Nog niet eens meegenomen
dat de tegenvallers al op voorhand
erg unlikely waren…)
Mijn tijd komt.
Er is al een verandering gaande.
Je kunt het wat rekken,
maar niet bespoedigen.
Ik heb met die drie personen
al gekregen waar ik recht op heb.
Dat het naar meer smaakt.
Ja, dat doet het.
Dat alles nog niet meteen is opgelost.
Klopt ook.
Maar door vast te blijven houden
aan wat ik vooral niet wil, zoals ik
dat daadwerkelijk geprobeerd en
ondervonden heb…
Waarbij ik soms de enige lijk,
die dat begrijpt,
iets wat me daadwerkelijk tot wanhoop drijft…
…kristalliseert zich uit dat en wie
ik voor mezelf voor ogen heb.
Mensen om wie ik daadwerkelijk geef,
met de juiste binding en raakvlakken,
zoals zij ook om mij geven en er
voor me zijn.
Ik geloof dat het veld dat Rumi
in zijn gedicht beschrijft, daadwerkelijk
bestaat.
Er zijn recentelijk zelfs al momenten geweest
waarop ik het groene gras kan ruiken,
kan voelen, terwijl ik er met mijn blote voeten
doorheen ren,
vergezeld door mijn nieuwe mensen,
zij staan als een huis voor me klaar,
tijdens de gouden gloed van de avondzon,
die je enkel zult vinden tijdens het mooie golden hour.
Middels deze tekst wil ik vooral
een statement maken.
Ik heb al voldaan.
Ik heb het eindeloos geprobeerd.
En ik wil je niet.
Ik wil enkel de mensen
die ik zou kiezen,
zoals zij voor mij gekozen hebben.
En ja, een sociaal isolement is moeilijk.
Maar gekweld worden door
een leven dat je niet wilt leiden,
aanmodderen met mensen voor wie
ik nooit zou hebben gekozen,
omdat we simpelweg verschillen.
Dat is nog veel erger gebleken.
Als je mogelijkheden beperkter zijn,
vanwege met name je energie en mobiliteit.
Dan gaat een verandering in je sociale kring
hoogstens vrij geleidelijk.
Toch ben ik dolgelukkig met hen
die ik al verworven heb.
De wederkeer en onze eindeloze gesprekken
zijn prachtig.
En het heeft me doen besluiten
dit pad te verkiezen, boven al
het andere dat me zo ongelukkig maakt.
Liever de juiste personen,
waarvoor ik daadwerkelijk
door het vuur zou gaan,
samen met de momenten
van alleen zijn die nog niet
zijn weggevaagd.
Dat kan ook niet na vele jaren.
Een isolement is nooit zomaar
opgelost, anders was er op
voorhand geen sprake van geweest,
had het zich allemaal al opgelost.
Zoals zij daar naast mij staan, in het lange zomergras,
kijk ik ze met een gelukzalig gevoel in hun gezicht.
Ze vormen samen een keten van licht.
Het veld dat Rumi beschrijft, bestaat;
het is van mij, mijn unieke sociaal leven,
mijn mensen waar ik heel gelukkig van word,
zoals zij evengoed gelukkig met mij zijn,
en voor wie ik er altijd zal proberen te zijn.
Dat normale leven met normale vrienden verdien ik.
Het voelt fout dit telkens te moeten verdedigen.
Een strijd te voeren die toch veel al tevergeefs lijkt.
Dingen en mensen weigeren die ik niet wil.
Desondanks zal ik die strijd blijven voeren, want…
Het heeft me dit jaar mijn wereld geschonken.
Mijn groot levensgeluk.
Zij hebben mij het gevoel gegeven dat
ik er nog toedoe, dat ik nog besta.
En dat mijn wensen en voorwaarden niet raar zijn,
niet afwijkend van ieder ander.
Slechts de juiste personen.
Het kan nog;
niets is verloren gegaan.
Mocht je je op een komende nazomeravond
in een al omringende zonnegloed bevinden,
het gras dat tot aan je enkels komt, zoals
je mijn leven binnenwandelt…
Wacht dan alsjeblieft op mij.
Ik zal je daar ontmoeten.

There is a field. I’ll meet you there. ~ Rumi
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
