Mijn stuk over inclusie.

Ik schrijf nooit erg maatschappelijk,
en als, dan berustte dat op gunstig toeval.
Voor mij begint een maatschappelijk stuk,
altijd met een persoonlijk verhaal.
En laat dat nu net wél in mijn straatje liggen.
Ik ga mijn best doen,
en je ziet maar of je het iets vindt.
Vandaag bevond ik me weer eens
in Winkelcentrum Kronenburg.
Ik zat zoals altijd in mijn rolstoel.
En wat rolstoelers met elkaar
gemeen hebben, is dat ze een
voelspriet hebben voor als er zich
een mede-rolstoeler in dezelfde
ruimte bevindt.
Dus onbewust keek ik meteen
in haar knappe gezicht,
zoals zij in het mijne keek.
Ze was jong en aantrekkelijk,
en onze blikken weken niet.
Onvermijdelijk was het natuurlijk,
dat heb je als je allebei wordt
voortgeduwd, dat de omgeving niet
diezelfde voelsprieten bezit.
Ik keek haar na, terwijl ik
noodgedwongen de Xenos in ging,
zoals zij daar bleef staan,
en zelfs nog naar me bleef kijken,
zoals ik dat, zij het vanuit de Xenos,
nog had kunnen zien.
Ook zij werd vervolgens van haar
plaats gerukt.
Misschien denkt ze nu ze thuis is,
nog een beetje aan me.
Schrijft ze ook zeer wild een stuk:
wat een leuke man!
Ge weet ’t niet.
Moe is iedereen, zo schreef pas
een goede vriendin van mij.
Ik heb het niet zo op online groepen,
maar haar post heb ik duidelijk gelezen,
terwijl mijn gezicht opklaarde bij haar
duidelijke mening en tekst.
Zij stelde dat iedereen moe is,
maar nooit overprikkeld.
Dat dat verwarrend is voor de ander,
en dat onderscheid maken belangrijk is.
Ik heb het haar niet gezegd, maar mijn
vriendin had bij mij voor een glimlach
gezorgd.
Ik vond het goed geschreven,
met een heldere boodschap,
dat ik dacht: ja, daar zit wat in.
Sindsdien zeg ik minder dat ik moe ben,
altijd overprikkeld.
(Zelfs met een klein beetje drama erbij,
om de juiste ruimte in te nemen.)
Want wij zijn leidend.
Jij hebt ons slechts te volgen.
Dat vergat ik tot dan toe.
En het voelt goed, sindsdien.
Brengt me terug bij de jonge vrouw
in haar rolstoel.
En bij mijn ex.
Ik heb haar halverwege juni iets
toevertrouwd.
Dat dat haar overviel,
ja dat kan ik begrijpen.
Dus het is een oneerlijke strijd,
kan ik je vertellen.
1300 woorden vol verrassingen,
ik snap ook wel dat dat niet
de gebruikelijke manier is.
Maar ze reageerde desondanks
lief en vol begrip,
iets wat ik zeer van haar kon
waarderen, en nog.
De vraag die me sindsdien
bezighoudt is.
Zou ze mijn leven hebben begrepen,
als ik destijds niet bewust was opgestapt?
Zou ze me net zo lief hebben gehad?
En de link met de jonge vrouw
in haar rolstoel zou dan zijn,
dat het me werkelijk niet uitmaakt
of je iets hebt,
of in een rolstoel zit.
Mogelijk had mijn blikvangster me,
in tegenstelling tot bijvoorbeeld mijn ex,
namelijk als geen ander begrepen!
Hoewel ik haar natuurlijk niet gesproken heb,
vind ik dat een bijzonder mooi gegeven.
Een mooie gedachte.
Eerder heb ik iemand liefgehad die
in een rolstoel zat.
Dat werkte supergoed!
Wat een chemie, flirten en alles.
Dus zoals de mogelijkheid bestaat,
dat mijn ex alles van mij zou hebben
begrepen en liefgehad,
gedurende mijn elf jaar van
daadwerkelijke afwezigheid…
We zullen het nooit weten…
Zo vind ik het eerlijk gezegd een zeer troostend iets,
dat er mensen bestaan die dichter bij mij staan,
qua levenservaring en levenswijsheid,
waarmee het gewoon superleuk had kunnen zijn!
Waarbij je niet telkens dat
gat der onwetendheid hoeft te dichten.
Toepasselijk: één blik zegt genoeg.
Hoe kort het ook duurde,
was dat nu het geval.
En het ontroert me ook,
en ik vind ook dat het zo hoort te zijn.
Dat de mensen die dichter bij me staan, er mogen zijn.
Iedereen verdient bij mij een kans.
Ook als je chronisch ziek bent of in een rolstoel zit.
(en zo waanzinnig aantrekkelijk bent!)
Mijn spel der liefde is nog niet uitgespeeld.
Mijn ex zal ik nooit meer krijgen,
al heeft mijn toevertrouwen veel met mij gedaan,
zowel in positieve, als in mogelijk verhelderende zin.
Misschien moet ik het namelijk helemaal niet zoeken,
bij iemand met nauwelijks levenservaring.
Verdien ik iemand, die mij als van nature begrijpt,
die weet en ondervonden heeft wat ik doormaak.
Zo vaak heb ik mijn levensverhaal gedeeld met
iemand die niets mankeerde.
Bruggetjes bouwen is mij niet onbekend.
En bij de minste positieve reactie,
maakte mijn hart een sprongetje.
Elkaar echter op een heel ander vlak
als van nature begrijpen…
Ik vlak het zeker niet uit.
Lijkt mij een verademing!
Eenmaal de Xenos uit,
ik heb nog naar haar gezocht,
was ze natuurlijk onvindbaar.
De straf van God.
Maar mijn ogen zijn geopend.
Voor wie je ook bent.
Ik kijk naar je uit,
en hoop je blik minstens zo intens te vangen.
(want heel eerlijk, dat was even genieten!)
Nu ben ik overprikkeld.
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wat een heerlijk lief stukje