
Het document blijft voor mijn ogen leeg, terwijl de klok doortikt.
Hij staat nog op de oude tijd, alsof alles hier heeft stilgestaan;
niets is minder waar. Drie maanden ben ik weer behoorlijk ziek geweest.
Voor de zeer oplettende lezer: ja, met de klok nam ik het al niet zo nauw.
Ik kan er ook niet bij, te hoog. Bij de tijd zijn. Het liefst zou ik hangen aan de wijzers.
Daar word je ook niet wijzer van. Mijn vriend is meestal van de klok.
Enkele dagen geleden stond hij erop langs te komen, toen hij vernam dat ik voor de vierde keer in een jaar sepsis had. Ditmaal keek hij even naar de klok, constateerde het probleem, maar kwam niet in beweging. Dit riep bij mij gevoelens van teleurstelling op. De tijd heeft echt stilgestaan en mijn vriend, hij vond het niet meer de moeite.
Hij is een van de weinigen die mij wil zien, ook als ik ziek ben.
Zo zei ik dat we gauw weer iets leuks gingen doen.
Dat beaamde hij, maar niet zonder te zeggen dat bij mij thuis ook goed is, mocht ik nog ziek zijn. Daaraan voegde hij toe “Al is het maar een halfuurtje, even wat aanspraak” en ik betrapte hem erop dat hij toen subtiel één seconde naar de klok keek. Beiden besloten we te zwijgen.
“Wil je nog thee?” vroeg ik uiteindelijk… (voordat het tijd is!)
“Nee, nee dankjewel, ik ga weer.”
Hij stond op, liep naar de bank toe waar ik lag, bekeek mijn infuushand en gaf mijn andere hand een vriendelijke boks.
“Hou je sterk hè.”
Ja, tot gauw.
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Beklemmend verhaal, maar mooi geschreven