De poëziecursus is bijna ten einde, de tijd is uiterst snel gegaan. Mijn voorkeur voor het schrijven van prozagedichten is nogmaals helder geworden. Desondanks was het erg waardevol, in alle opzichten! Het heeft me bijzonder goed gedaan, elke keer weer. Na de vakantie is de laatste keer. En nu zit ik met een dilemma, want, hoewel ik niet doorga met een eventueel vervolg op poëzievlak, in tegenstelling tot de meeste anderen… zijn er twee mensen, een man en een vrouw, die ik graag zou willen behouden.
De man is altijd vrolijk, lacht veel en is naar iedereen bijzonder sympathiek, voelt geen onderlinge concurrentiestrijd. Een leuk en zonnig iemand!
De vrouw is laatst nog ziek geweest, meermaals afwezig, waarna ik haar beterschap gewenst heb in onze groepsapp, en zij afgelopen dinsdag voor het eerst het lokaal weer in kwam, langs me liep en glimlachend ‘Hé Remi!’ zei. Terwijl ze me maar één keer echt gezien heeft. Dat vond ik erg leuk! Twee mensen waar ik blij van word!
Maar kun je na een schamele zes keer, zes weken, zes avonden van anderhalf uur, al bouwen aan een vriendschappelijk vervolg? Ik heb hun nummers via de groepsapp. En natuurlijk, misschien wordt het niets! Dat mag ook.
Maar ik zou het zonde vinden als ik het niet eens zou proberen.
In elk geval zouden ze me niet veroordelen. Ze zijn erg aardig!
Ik weet ook niet goed hoe ik dat voor me moet zien. Dat ik ze voor het eerst buiten de groepsapp om, privé een berichtje stuur. Maar doe je dat dan in de korte tijd dat de poëziecursus nog niet voorbij is, of juist daarna, wanneer er meer rust is? Of is dat juist het moment waarop je niet meer in aanmerking komt voor iets sociaals buiten de cursus om?
De man, dat weet ik inmiddels, gaat door met een vervolg op poëzievlak, heeft dat in elk geval laten weten. Dat is gunstig, want daarmee staat hij onbewust ook meer open voor vervolgcontact.
Voor zover ik weet heeft de vrouw zich daar niet over uitgelaten. Al spreekt haar ‘Hé Remi!’ als iets dat warm en op zichzelf staat, al richting het persoonlijke, een sympathiek antwoord op mijn eerdere beterschapswens. Van het een komt verrassend en meteen het ander!
Afgelopen dinsdag zat ik voor het eerst naast de man. Toen ik mijn vader appte dat het klaar was, liet dat per ongeluk op zich wachten, waarna ik kon rekenen op het gelach van de man, die mij bestudeerde, terwijl ik angstvallig naar de deur bleef kijken, en hij zei:
‘Remi, blijf je hier soms de hele nacht?!’
Dus met beiden heb ik momenten van sociaal contact gehad, die het vergemakkelijken om me toch aan een stap te wagen. Misschien is dat het antwoord. Dat er geen ultiem antwoord is, wel gunstige aanwijzingen.
Dat wat ik met ze wil, zo blijkt, bestaat eigenlijk al; anders had ik het niet eens overwogen.
Wie weet rijmt het mogelijke
spoedig op dat wat nu nog
onmogelijk lijkt.
Heb ik er leuke vrienden bij
die van schrijven houden,
net als ik.

Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
