Mijn levensgeluk

Schrijfopdracht les 5 AutobioB De Lindenberg

Goed beschouwd maakt het niet uit in welke volgorde mijn jaar 2016 gedragen werd – al is dat slechts gedeeltelijk de waarheid. Dat weet ik ook. Hoe namelijk het meest onzichtbare deel alles overschaduwt, heeft nu nog steeds effect op elke herinnering binnen datzelfde jaar. Zo was ik erg gelukkig binnen dit jaar, dat ik niet voor niets, ook bij behandelaren, mijn succesjaar heb genoemd. Het jaar waar ik naar terug wilde keren, zelfs jaren later nog. Maar zoals men spreekt binnen het Taoïsme van het voor iedereen te begrijpen: yin kan niet zonder yang bestaan, gaat het licht altijd hand in hand met de duisternis, en kun je die duisternis onmogelijk wegdenken, zoals je dan ook het licht wegvaagt. Ik ben spiritueel ingesteld en dit deel belichaam ik, daar hoef je niet eens spiritueel voor te zijn. Het is namelijk ook puur wetenschappelijk, medisch bewezen. Ik ben dat levend bewijs.
Gedurende dat jaar en vele meerdere jaren, was ik ongeneselijk ziek.
Ik droeg een dodelijke bacterie bij me, terwijl ik het mezelf gunde in het leven te staan en het geluk te proeven dat het mijne was. Ik droeg hem bij me in de bus, heen en terug, waarbij ik kort daarna vaste mensen trof die ik De busgangers ben gaan noemen. We praatten over waar onze reis naartoe ging, hoe het met ons ging, waarbij ik mijn ernstige deel bewust verzweeg, en zelfs wat we in de week gedaan hadden. Daarbij kende leeftijd geen grens. Ik was onmiskenbaar de jongste, de benjamin, tussen oudere dames die voelbaar nog iets van hun leven wilden maken. Ik ontmoette dus hun blijvend jonge versie, met een hoop humor, eigenzinnigheid en warmte. Dat was tevens zichtbaar in hun gezichten, iets wat me goed deed als ik naar ze keek.
Hoe onbekende mensen bijdragen aan jouw levensgeluk, is ongelofelijk. Dat sprak uit hun aanwezigheid in de bus, maar vooral: als zij er eens niet waren. Daardoor vroeg ik me die hele dag af of het wel goed met ze ging, gezien hun altijd vaste prik. Om later van ze te horen waarom, waarbij zij uitspraken dat zij ook aan mij hadden gedacht en me ‘die lieve jongen’ noemden.
Zo leek een eenvoudige busreis van Elst naar Arnhem en terug, veel langer te duren dan in werkelijkheid het geval was, en vormde het een essentieel onderdeel van mijn dag en weekroutine.
Na het verlaten van die bus, liep ik door het overdekte winkelcentrum Kronenburg, mijn winkelcentrum, en trof daar mensen die ik nog veel minder kende, in hun vertrouwde ritueel bij de HEMA, zoals ik ze achter glas aanschouwde in mijn voorbijgaan, het etalageraam, terwijl zij hutjemutje hun ontbijt en eerste koffie nuttigden. Toen realiseerde ik me dat ik daar graag onderdeel van was geweest, om vervolgens gelukzalig te concluderen bij een zo menselijk iets, dat dat inderdaad telkens het geval was, van een aangenaam afstandje. Het beeld maakte me vrolijk, elke week opnieuw.
Eenmaal het winkelcentrum uit via de bovenste verdieping naar buiten toe, liep ik over een brug die uitkeek over de wegen en de bussen waar ik zojuist nog was uitgestapt. Om vervolgens bij mijn hartelijke collega’s uit te komen in een aftands wijkcentrum, wat ook wel zijn charme had, maar niet voordat ik de trap opklom, zij mij hoorden en al riepen ‘Hé Remi! Ben je daar weer! De koffie wordt al voor je gezet!’. Bijkomend: ik eerst die trap nog opliep, dat nog kon. Om vervolgens gebruik te maken van de eeuwenoude traplift die het vaak niet helemaal deed. Dan moest er weer iemand komen. Om mijn werk niet te verliezen en bij ze te zijn.
Het liefst van alles stond ik echter voor de klas. Stelde graag een les samen voor studenten van ongeveer mijn eigen leeftijd, en gaf daar graag een eigenzinnige draai aan, waardoor het voor hen ging leven, zij onder de indruk waren en mij gingen volgen (tot op heden!) en ik even later via een collega terughoorde: ‘Wij zijn fan van Remi!’ en wat ze wel niet allemaal vonden. Uitsluitend positief, zo kreeg ik van die collega een dikke knuffel, elke week, om haar vervolgens in mijn achtertuin te treffen, terwijl zij gemoedelijk en lachend haar vaste sigaretje rookte. Ik was geliefd bij collega’s, docenten die me in hadden gehuurd, en vooral bij mijn studenten.
Maar dat was niet alles.
Ik genoot middels zo’n zelfde busreis, maar dan naar het door mij geliefde Nijmegen, van het stadten, ditmaal in mijn eentje, zoals ik dat vroeger met mijn beste vriendinnen deed. En het wonderlijke: ik trof daar dikwijls dezelfde oude dames! ‘Jij ook hier??? Waar gaat je reis nu naartoe? Ah wat leuk jongen!’
Ik voelde me iemand. En medisch gezien, vanuit het Radboud ziekenhuis, bleek dat dé oplossing te zijn om de dodelijke bacterie toch zélf te overwinnen, zelfs al was er vanuit dat ziekenhuis geen enkele oplossing meer. Levensgeluk was iets heel krachtigs, dat voelde ik ook zo.
Zo zat ik op meerdere terrasjes, bij Samson met een latte en verse bitterballen. Flirtte een beetje met de even zo jonge serveerster. Ze kwam zelfs bij me zitten. Om kort daarna de zon te pakken met een Ice Tea Green op een ander terras, terwijl ik mijn lekkere drankje fotografeerde en dit naar de groepsapp van mijn collega’s stuurde, zoals zij antwoordden ‘Doe je goed Remi!’ en mij dat geluk gunden. Ze leefden voelbaar met me mee, alsof ik niet alleen zat.
Aan de busreis naar ofwel Arnhem of Nijmegen, kleefde ook nog iets anders.
Hetzelfde beginpunt vanuit mijn woonplaats kwam namelijk uit op mijn vaste plaatselijke bakker! Ik kocht daar na afloop mijn dure speltbrood, zij wisten van mijn vaste recept, als ook hoefde ik maar te wenken en ze pakten mijn geliefde taart weer uit de koeling: ‘Speciaal voor jou, hij zat al te wachten! Hij dacht: komt hij nog???’
De broden en taart(en) kon ik amper dragen in mijn beide handen. Dat was ook de buurt niet ontgaan… Zo werd er eens op mijn looproute heel hard vanuit een huis naar mij gefloten, waarna ik schrok en alles uit mijn handen viel, waardoor zowel de onbekenden als ikzelf moesten lachen, onder mijn stil protest: ‘Ja leuk hoor!’
Het wonderlijke aan dit alles is dat het een zeer klein leven beschrijft.
En toch, misschien daardoor, bood het me de hele wereld, die van mij was.
Hoewel mijn leven sindsdien anders geworden is, is dit nog altijd dezelfde werkwijze die ik hanteer, gezien ik ook nu weer diezelfde dodelijke bacterie bij me draag en dat al lang de situatie is. De wonderen zijn de wereld nog niet uit en levensgeluk is essentieel! Door te leven overleef je. Zo geldt dat dik voor mij! Het komt wel goed. En als ik met mijn inmiddels andere arts dan toen samen even hard op haar bureau klop, laatst een jaar geen ziekenhuisopname, weet ik dat ik net als bij mijn busreis, het aanschouwen van de ontbijt- en lunchmensen, de route naar mijn collega’s en het vinden van mijn vertrouwdheid voor mijn studenten voor de klas, als ook het vrij ademen in de stad en het eten van brood en taart van mijn vertrouwde bakkertje… ongeacht veranderingen, nog altijd op de goede weg ben!

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

One thought

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.