Ik typ dit voor het eerst sinds jaren weer in Mac OS X Snow Leopard. Daarmee ben ik terug in de tijd gegaan, iets wat Apple juist expliciet verbiedt. Precies nu het 50 jaar Apple is, een grootse viering, zeg ik iets heel anders, namelijk: hoezee!
De grijze schermen in combinatie met de diepte die weer als vanouds voelbaar is, voelen heerlijk aan. Wat een verademing! Het grijs dat fluistert: we hoeven nog nergens heen te gaan, dat puur afhankelijk is van jouw eigen motivatie om te schrijven. Het perspectief wordt niet langer geboden, aangereikt, vanuit kale, lege schermen die tegenwoordig zwart of wit zijn. Zo leeg zijn ze niet. Het contrast duidelijk voelbaar met elk woord dat je produceert. Je schrijfsituatie is, nog vóór je begint, al duidelijk ingekleurd. Dat was mijn reden om terug te gaan naar iets dat voor mij altijd heel goed gewerkt heeft (lees: wél gewerkt heeft!). Bovendien brengt het me terug naar toen, waar vriendschappen ontstonden door urenlang chatten en de leegte, van waaruit ik onbewust riep:
‘Ik ben er weer! Zie je mij?’
Wat dan eigenlijk iconischer was, blijft achteraf giswerk, verloren in het algeheel en onbepaald grijs.
De uren dat je er gewoon maar zat, of toch de nachtelijke charme, de zogeheten overuren, die je met iemand anders spendeerde, waardoor al die verloren uren met gemak weer werden ingehaald.
Oeh! Het grijs doet me echt goed! Zie je het?!
Was het grijs niet onbewust precies dat: gevangenschap in wording.
Voor mij denk ik wel. En daarom wilde ik er weer gaan wonen.
Om te ervaren dat het bij toen hoorde; niet bij een permanente staat.
Dat is precies hoe het werkt. Het prachtige systeem niet minder dan een correcte afspiegeling van mijn ziel. Ik durf er nu weer te komen, te zijn, te landen, en zelfs: te schrijven, te produceren, zonder die ingebrande kwelling waaraan ik destijds niet ontkwam.
Daarom voelt het ook alsof ik nu pas écht kan genieten van hoe geweldig het eruitziet.
De jaren ingehaald. Zou Apple het hier wél mee eens zijn?
Zolang je motivatie maar goed is. Niet langer in ’t grijs gevangen, maar voor het eerst weer volledig ademend. In alle vrijheid.
Ik had wat met mezelf goed te maken.
Een zogezegd Appeltje te schillen.
Het systeem dat mij eigenlijk kapotgemaakt heeft, stil getuige was van al mijn misstappen, is nu juist het systeem dat me het meest bevrijdt. Het hoort zo te zijn.
Ik moest nog even terug.
Om te ervaren dat ik er vanaf nu voor altijd blijf wonen.
De open wond van jaren, nooit echt geheeld, is gekust.
Waar de mythe van Orpheus zei: ‘Kijk niet achterom.’
…is dat wat ik nu, net als hij, toch gedaan heb.
Vrij zijn van trauma zit niet in een systeem.
De bittere schoonheid moet je niet de rug toekeren, als het je ook goed gedaan heeft.
Het kostte me veel moeite deze spiegel opnieuw te verkrijgen.
Apple heeft liever dat je vooruitkijkt. Terwijl alles vroeger beter was, en zij dit als geen ander ook weten.
Dat is iets wat ik graag doe. Ik rijg de juiste puzzelstukjes van mijn leven weer aan elkaar, om het opnieuw te mogen ervaren. Daar is nu weer ruimte voor. Want het was niet alleen maar verkeerd.
Hoeveel mensen ik wel niet heb leren kennen, door destijds niet weg te kijken van mijn eigen valkuilen. Het voelde als dweilen met de kraan open, soms, maar het wás winstgevend.
De leegte ervaren kon maar beter op een systeem dat duidelijk schoonheid uitstraalde.
En de liefde. Van de liefde te mogen proeven, als geen ander te worden liefgehad.
Overuren, nachtelijk en overdag. Vriendschap, penvrienden, zielsverwant, liefdesland.
Het kwam allemaal samen, als de leegte even wegkeek.
Toch was de leegte ook mijn vriend. Ik had haar omarmd. Niets staat gelijk aan Alles.
Zonder de leegte was ik nergens gekomen.
Middels een systeem teruggaan in de tijd. Het klinkt onzinnig, al is het vooral beeldend.
Ik ben beeldend ingesteld en kan zeggen dat ik dit nodig had.
Op mijn huidige laptop die vele malen nieuwer is, vind ik mezelf terug door terug te gaan.
Dat ik het zo houd, is trouwens zeker. Visueel is het nogmaals veel mooier.
Nog eenmaal teruggaan naar mijn ouderlijk huis. Daar waar ik vandaan kom.
Wonen in het grijs dat mij opnieuw omarmt. Herinnerd aan de kwelling en de pijn.
Maar vooral: aan alles dat goed was. Desondanks was het goed.
En dat nu, voor het eerst, zo helder te zien…
…is geen teruggang.
Het is de verrijking die ik nodig had.
Weer een puzzelstukje gelegd, als een volwaardig iemand.
Fascinerend is wat er in mijn hoofd terugkomt.
Al gaat het ook over vooruit, over meer dan ooit perspectief.
En dat is zo wonderlijk.
Vanuit de wetenschap wie ik toen was, nog steeds ben en met de jaren geworden ben.
Als je naar een foto van jezelf kijkt als kind, kun je zeggen dat je dezelfde persoon bent – maar ook verschillend. Ik kan nu zeggen dat ik altijd het juiste heb gedaan. Dat maakt het voelbaar verschil.
Juist waar mijn pijn geheerst heeft, daar wil ik terug gaan wonen.
Waar herinneringen overstegen worden – en dat is uniek – door het volmaakte, volwaardige heden, mijn verleden en de bijbehorende mensen verre van uitgewist, slechts opnieuw door mij aangevuld, als een kloppend geheel.
De verrijking verrijkt. Van 2009, toen ik amper 17 was, tot aan nu, 2026, met mijn 33 jaar.
Soms vereist dat iets dat eigenlijk niet kan en mag. De teruggang in de tijd.
Schrijven doe ik namelijk het liefst — in het onbepaald grijs.

Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
