
Wonen in een boek.
Het maakt me niet uit hoe lang ik erover doe het volledig uit te lezen.
Dermate vertragen dat je de tijd verliest en er de ruimtelijkheid ontstaat, die overeenkomstig is met het leven dat zich daadwerkelijk afspeelt.
De gevangen woorden worden niets minder dan een correcte afspiegeling, van dat wat echt gebeurd had kunnen zijn.
Met enig regelmaat lees ik meerdere boeken tegelijk, zonder me te verliezen in het tegengestelde: de vergetelheid. Ik zou je exact kunnen vertellen waar ik ben, in al die samengestelde woordvormen die één geheel ademen – en ik kan je even zo goed vertellen waar ik nog niet ben. Met het lezen komt het niet lezen, het bewust wachten op iets goeds, ook als het niet goed is en ik me in de onderliggende kwelling bevind van iets dat je niet kunt bespoedigen, slechts op je af te laten komen, de plek in je hoofd gereduceerd tot een landingsplaats, waarbij je onvervormd alles weerspiegelt dat opkomt en dan weer gaat.
Datzelfde lukt me bij mijn eigen schrijven, vaak. Maar niet altijd.
Onvermoeid speelt dan het vraagstuk mee dat alles onwillekeurig openlaat, telkens weer. Mag dit in alle openheid bestaan? Want ik weet allang dat bij boekvorm mijn hart ligt. In de eerste anderhalve maand van dit jaar schreef ik 39 hoofdstukken. Op een plek waar niemand bij kan. Dat zou de magie hebben verbroken. Jouw rol zou zijn pas te verschijnen als het daadwerkelijk af is. Geen live verslag dat reduceert tot vluchtigheid.
Ontdekken wat mijn huidige schrijfniveau is, was daarbij een zeer motiverende bijkomstigheid. Gedurende mijn laatste schrijfcursus noemden ze het al:
‘Je bent je site ontgroeid.’
Je kunt sprongen maken in het diepe, verwacht en onverwacht.
Jezelf voorbij hollen, in alle volwaardigheid.
De dingen gaan niet goed; ze gaan uitstekend.
Volop ben ik in beweging. Hier huist geen stilstand.
En toch ben ik bang.
Bang voor de zomer.
De stille weken waarin achteruitgang de sluipmoordenaar is.
Het klinkt altijd zo mooi; de zomer ademt volledige vrijheid.
Afgelopen zomer bevond ik me aan de grond.
De absolute grond die zich vanuit pure bemoeizucht vertaalde naar mijn schrijven.
Zo leeg als mijn woorden waren, zo leeg voelde mijn leven.
Opmerkelijk genoeg leverde dat voor sommige lezers een bepaalde schoonheid op.
De mens houdt van rauw en eerlijk.
Ook speelde zich een kleine concurrentiestrijd af, tussen mijzelf en iemand die ik lijk te kennen. Wie er nog leger kon schrijven en de ander, ongemerkt, even kort belichtte. Zij las mijn woorden die over haar gingen. Vanaf het moment dat zij besloot dat nogmaals te willen waarnemen, was de desbetreffende post al van mijn website verdwenen. Vakkundig leeg, zou ik dat willen noemen.
Ontzag heb ik voor de leegte die niet slechts in een ander huist,
maar met tijd en wijle vooral in mijn eigen geest.
Een stille getuigenis aan schoonheid, ik ben er niet wars van.
Niets mooier dan de leegte te mogen vangen in mijn eigen woorden.
Daarmee is het een ode aan Sylvia.
Een vriendin wees me jaren geleden op de overeenkomst tussen ons.
Ik was Sylvia, zei ze.
Sylvia Plath, ze deed voorkomen alsof ik het levend eerbetoon was.
Alsof ze stilletjes in mij voortleefde. Haar schrijfkunst niet dood.
Op dat moment zei ik geloof ik niks, verkeerde slechts in ongeloof.
En nog voelt het alsof deze woorden, dit groot compliment, bezig is te landen.
Landen zal het nooit. In de leegte landt niets. Je bevindt je al aan de grond.
Hoe bepaalde delen van je leven zich kunnen oplossen.
Is volwaardigheid slechts een gevoel?
Van de ene op de andere dag, terug volwaardig.
Als ware ik terug veertien, toen nog onbevlekt.
De woorden van een behandelaar:
‘Je gaat terug naar wie je op je veertiende was.’
Ze zijn onjuist. Ik heb altijd gevoeld dat ze onjuist waren.
Al was het bedoeld als doorbraak, vrijwel liefkozend.
Toch was ik nog niet tevreden.
Het deed namelijk geen recht aan de groei die ik heb doorgemaakt.
Jaren vol wijsheid voelden plots weggespoeld.
Op een ander moment had je me voor die woorden kunnen wakker maken;
nu was ik al veel verder. En liet zijn woorden bezinken, terwijl ik slechts wat ademruimte toevoegde. De onlosmakelijke groei niet los te koppelen.
Toen klopte het weer wat hij had gezegd.
In de praktijk knikte ik slechts, zoals ik hem aan bleef kijken.
Me bewust van zijn intentie; hij wilde zeggen: ‘Je bent er weer.’
Als je die twee complimenten over elkaar legt.
Dat van Sylvia, om wie ze was en hoe zij schreef.
En dat van de veertienjarige die ik was en de veilige onschuld,
niet te noemen: alles wat daarna volgde, de jaren vol leegte, van Sylvia.
Want dat bedoelde hij te zeggen.
Dat ik dat uiteindelijk ontstegen ben.
Deze uitspraken, ogenschijnlijk staan ze tegenover elkaar.
In werkelijkheid zijn ze volledig complementair, schetsen ze pas samen het volwaardige beeld.
Bang ben ik voor de zomer.
Waar leegte zich van mij meester maakt.
In tegenstelling tot andere jaren kunnen we nu wel ergens heen.
Mijn nieuwe rolstoelsysteem stelt mij in staat overal te komen.
Exact hetzelfde wordt het dus niet.
Of het voldoende zal zijn om mij overeind te houden…
Soms kun je beter niet weten.
Volwaardig zijn is niet enkel een gevoel, maar een volledige staat van zijn.
Je kunt je volwaardig voelen en nog dat je leven langzaam bijtrekt.
Bespoedigen kan je het slechts gedeeltelijk.
Je moet de dingen zijn eigen tijd laten.
Zoals dat geldt voor de boeken die ik lees.
De werelden eindeloos, niet met als doel elke pagina rap om te slaan.
Terwijl ik lees, word ik me vaak bewust van de gedachte dat er één boek ontbreekt, namelijk het mijne. In die zin is het, net als met Angst, een kunst te durven.
Alles te reduceren tot:
Durf je in jouw eigen leven net zo te vertragen als in een door jou gelezen boek?
Je spreekt niet slechts van geduld. Dat heb ik namelijk allang getoond.
Eerder spreek je van vertrouwen. Vertrouwen dat ook de leegte je weer zal leiden naar daar waar jij thuishoort. Samen de leegte vatten was zo slecht nog niet.
Deze zomer laat ik haar winnen.
Ik laat me er niet onder krijgen, de wereld aan mijn voeten.
Het wordt anders.
Mocht ik mezelf toch verliezen, tegen beter weten in…
Zal ik opnieuw recht doen aan Sylvia, aan mijn veertien jaar onschuld,
of toch vooral de bewust niet-genoemde jaren erna…
En zal ik ook weer thuiskomen.
Zoals dat altijd zo geweest is.
Niet elk ingrediënt in mijn leven is nog aanwezig.
Dat hoeft ook niet. Onderweg te zijn volstaat.
Ik hoef slechts te weten waar ik vandaan kom.
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
