Naastenliefde

Met enig regelmaat komt het voor dat mijn moeder en ik gesprekken hebben, hoe kort ze ook zijn, over hoe andere mensen reageren als zij iets zegt over de blijvende gevolgen van haar kanker. Mensen willen horen dat het goed gaat; al het andere vinden ze maar moeilijk en wordt dus bewust overgeslagen.
Toch weet ik dat het ook deels zit in wat mijn moeder dan antwoordt.
Ze zegt namelijk op de vraag of alles goed gaat het allesbepalende woordje dat optimisme uitstraalt: ‘Ja, ja, op zich gaat het wel…’
Dat ze dat daarna onmiddellijk aanvult met ‘Ik heb nog wel last van de gevolgen,’ en ze vervolgens opnoemt, dat valt dan inderdaad in het niet, hoe ernstig die gevolgen ook zijn. We maken daar onderling ook wel scherpe grappen over. Zo is er in ons gezamenlijk leven een bepaalde Trudy, die ook echt zo heet… de naam alleen al! Laten we haar eens op ons gemakje vereeuwigen.

Als Trudy ons tegenkomt, roept ze als eerste demonstratief ‘Gewoon doorgaan! Gewoon doorgaan!’ Terwijl haar man, en dat geheel gelijktijdig, wél de juiste vragen stelt en oprecht ook geïnteresseerd is in het antwoord. Die unieke mix van hysterie en doortastendheid, die eigenlijk ademt: ik weet dat ik een vervelende vrouw heb, ik probeer ook al jaren van haar af te komen… dat schept een bepaalde verbondenheid met manlief.
Ook daar wordt weer smakelijk door ons om gelachen: ‘Arme man’ roepen we dan.
Al is het niet zo dat wij ons telkens geroepen voelen om hem te komen redden: zodra wij ze zien, gaan we gauw een blokje om, vluchtend voor allebei.
Dit wordt overigens door mijn moeder ingeluid met de woorden: ‘O nee, daar heb je ze weer! Vlug, vlug!’
Want laten we eerlijk wezen: mensen die liever door willen gaan, nadat mijn moeder haar klachten opnoemt, moeten dat ook vooral doen. Ons niet bellen! Een Trudy is daarnaast ook het type vrouw dat ongevraagd foto’s van haar kleinkinderen laat zien op haar telefoon. Dan blijf ik bewust vanuit mijn rolstoel voor me uit staren als een echte gehandicapte, maar maak daarna wel subtiel de opmerking: ‘Haar kleinkinderen. Maar kennen we háár, überhaupt?!’

Toch schuilt er meer achter deze nog altijd voortdurende situatie die haar ziekte is dan alleen maar dolle pret. Want als mijn moeder gezegd zou hebben: ‘Nee, het gaat niet. Ik zit nu in de laatste fase van mijn behandeling die in totaal vijf jaar duurt, en dat is eigenlijk de zwaarste periode.’ Dan was dat wellicht dichter bij de waarheid geweest, maar had daadwerkelijk niemand meer geluisterd.

En zo is kanker iets dat je werkelijk alleen doet. Zij als getroffene, ik als naaste.
In de afgelopen drie jaar sinds haar diagnose, heb ik dat nog nooit anders ervaren.
Zelfs als je er geen aandacht aan schenkt en dus nog probeert op te gaan in het moment, is het er. Als iemand mij zou vragen welke periode ikzelf als moeilijker heb ervaren, zou ik daar denk ik niet zo gauw een antwoord op weten.

De beginjaren vol strijd, waarbij ze doodziek was door de intense behandeling, en het de vraag was of ze het wel zou redden. Waarin eten en drinken een groot probleem vormde. Het doorkomen van de dag achter gesloten gordijnen in haar woonkamer, die me nu nog altijd herinneren aan die fase. Zijn de gordijnen nu gesloten, denk ik daar automatisch aan terug. Onttrokken aan de wereld, terwijl diezelfde wereld gewoon doorleefde, en dat tegelijkertijd. Je bent samen ergens naar onderweg, leeft van ingreep naar ingreep. Hoe vaak ik wel niet gezegd heb: ‘Dat heb je ook weer gehad! Je doet het hartstikke goed, mam!’ Terwijl ik door zorgen gekweld werd, terugging naar mijn eigen woning, maar kort daarna weer moest komen kijken hoe het met haar ging. Een ongemaakte afspraak. Ze deed het ook erg goed. Daar heb ik nog altijd veel bewondering voor.

Twee jaar geleden voelde de roes, de storm doorleefd. ‘Nu alleen nog de hormoontherapie,’ zeiden we tegen elkaar. Alsof zij, wij samen, iets behaald hadden. Alles achter de rug, denk je dan onbewust. Terwijl dat het deel is dat door iedereen als het zwaarst wordt ervaren. Je leven weer op proberen te pakken, maar ondertussen sterk worden gehinderd in je algeheel functioneren. Dat is niet hetzelfde als je herpakken.
Klachten als slapeloosheid en vermoeidheid, haar chronische lichamelijke pijn, van somberte maar toch maar doordoen. Er is nu nog zoveel wat ik niet genoemd heb.
Dat gaat nooit langs me heen. Allesbehalve. Maar het reduceren tot iets dat moet, maakt het soms net iets dragelijker. Je hebt ook geen keus.
Daarmee is de hormoontherapie de ultieme verzwaring, als een zware steen op haar rug die ook daadwerkelijk zo door haar ervaren wordt.
Ze is er nog, ja. De kanker is tot nu toe weg.
Maar zeggen dat alles weer hetzelfde is, voelt hier misplaatst en utopisch.
Moet je voorstellen: dan heb je dat hele traject achter de rug…
Van bestralingen en chemo. Ze had de zwaarste behandeling vanwege haar ergste gradatie kanker. En dan denk je dat het klaar is. Terwijl het pas net staat te beginnen.
Dan is vijf jaar anti-hormonale therapie erg lang.
Daarvan heeft ze er nu twee jaar opzitten.

Ik kan niet ontkennen dat ik het niet meer wil zien. Omdat ik haar veel beter toewens. Alle geluk van de wereld.
Je bespeurt veranderingen en dat soms dagelijks.
Maar die benoem je bewust niet, omdat dat haar zou ontmoedigen die medicatie nog te slikken. Dat kan ik ook heel goed begrijpen: ze wil koste wat het kost blijven leven en ons op zien groeien als haar zoons.
En dus kom je onbewust in een soort vacuüm.
In de afgelopen drie jaar waarin haar kanker speelde tot op heden, heb ik namelijk nog nooit over haar gepraat.
Wat zou het veranderen? Iets dat zo is, verander je niet door bemoedigende woorden, of erger nog: die van gewoon maar doorgaan. Al ga je wel aan jezelf twijfelen als je veranderingen bespeurt, omdat je die met niemand deelt. Ook uit respect naar mijn moeder toe. Dat eindigt dan vaak in verwarring. Het gevoel: is dit wel echt? Terwijl het dat met zekerheid is.

Dat maakt dat het soms ook wrang voelt, en dat hoor je vaker.
Mensen informeren naar haar ziekte, wat heel begrijpelijk is.
Maar gelijktijdig ben ik ook getroffen, als directe naaste die continu met haar samenleeft. Regelmatig wordt dit door anderen ook zo benoemd. Ik ken iemand daadwerkelijk, die daarover zei:
‘Ze informeerden naar mij, hoe het met mij gaat en mijn kanker.
Terwijl mijn partner naast mij stond, het voor hem minstens zo zwaar was en niemand vroeg hoe het met hem ging.’

Kanker is, ook al ben je alleen, met z’n tweeën, iets dat je samen doet.
Samen beleeft, samen ervaart. In al zijn verbitterdheid en zijn schoonheid.
Binnen no time ontstijg je ook daadwerkelijk iedereen.
Dat maakt het gelijktijdig tot een uiterst eenzaam proces.
Daar kan niemand meer bij, zelfs al zouden ze dat willen.
Al zou ik dat soms wel willen…

Dat maakt de woorden van Trudy tot iets dat weer relevant is.
De woorden van stoïcijns doorgaan zonder terug te kijken.
En toch weet ik zeker dat ik dit nooit meer wil ervaren.
Hoe blij ik was met mijn eigen huis. Ik heb het pas nog beschreven, dat ik hier wilde blijven wonen. Terwijl deze plek me nu gestolen kan worden.
De plek die ik nu nog heb, naast mijn moeder.
Ik wil het niet meer allemaal zien.
Ik wil het van een gezonde afstand kunnen bekijken.
Aan mezelf bouwen, iets dat toch al aan de orde was.
De stroomversnelling voelt daarbij wel ongelijk.
Maar soms zijn de dingen nu eenmaal zo.
Ik was bijzonder gehecht aan deze vaste plek.
Zag nog wel een kans hier te blijven, op welke manier dan ook.

Geluk neem je met je mee.
Grotendeels kun je doen alsof die zware jaren er niet geweest zijn.
Weer genieten, ook samen, van een moment zo klein als een koffiemoment.
Uitvlakken kun je het niet.
De dingen zijn zoals ze zijn.
Ik weet dat het echt waar is waar we inzitten.
Daar kan een ander niet bij.

De samenloop.
Waren deze laatste vijf jaar er niet geweest, had het goed kunnen zijn dat ik gebleven was.
Mijn fijne thuis. Hoe de muren me troostten als ik zoals altijd alleen was.
Kennelijk heeft het zo moeten zijn.
Wrang voelt het als iemand zich ongevraagd op het gebied van wonen begeeft.
Dan denk ik hardop: je moest eens weten waar wij nu nog mee te maken hebben.
Neem je die last even van me over?

Kanker is dat mensen het nooit meer goed kunnen doen.
Je bent kennelijk niet meer te bereiken.
Dat is waar ik aan denk als ik de reclame van KWF zie.
Dat Ik mis je gaat niet enkel over de relatie die iemand heeft tot de persoon met kanker. Het gaat over een algehele verschuiving van levensfase en omvat alles dat met de kanker te maken heeft. Dus ook de relatie tot anderen.
In die zin is het eigenlijk een esoterie, kanker.
Esoterie betekent: alleen voor ingewijden.

Door groei en beweging toe te staan als een noodzakelijk iets, komt van het één het ander. Al had ik liever gezien dat mijn moeder eens zei dat het niet ging, om recht te doen aan zichzelf.
De waarheid neem je voor altijd met je mee, ook als dit allemaal voorbij is.
Ontwrichtend was het en verbindend, ook met mijn broer Ruben.

Hoe mooi zou het zijn als mijn moeder gewoon gezellig bij mij op bezoek zou komen. Daar houd ik me aan vast. Met een eigen poes die me spinnend opwacht als ik thuiskom.

En dan?

Dan komt het goed.

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

One thought

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.