I’ll Bleed For You

“Natuurlijk mag dat!”, keek ze me uitdagend aan, terwijl ik achter haar stond. Er was een voelbare intimiteit, daar in die donkere kelder. Mijn vingers pakten gretig een lok van haar haar, duwde die ten volle tegen mijn neus en snoof.
Haar paarsrode haar rook naar drugs en kauwgumballen.

We haastten ons naar buiten. De lift kwam snel, wij nog sneller. Sneller in ons denken, sneller in ons praten, sneller in verleiden. Sneller met lust. Ze had me al uitgebreid gekust.
Eenmaal in de lift, vol met licht en spiegels, kon haar illegale Radboud blouse niets langer verhullen.

Haar lange haar kwam tot borstlengte.
Haar korte mouwen ook.
Ik had de neiging haar aan te raken en kwam dichterbij.

Mijn handen inmiddels slechts op één centimeter afstand vlak boven haar armen.
Ze moet mijn gloeiende warmte gevoeld hebben. Dat is extra gevoelig.
Nog vóór ze iets kon doen, verzekerde ik haar: “Dat heb je erg mooi gedaan”.
Die reactie had ze allerminst verwacht, zo sprak haar gezicht.
“…Dankje!”, zei ze me, zichtbaar verrast.
Hevig zoenen in een Radboud lift.
Zo hadden mijn artsen het voor mij gewild.

Eenmaal buiten deed ik mijn rode Radboud tas van mijn schouder en hield hem haar voor:
“Sterk of heel sterk?”.
Ze keek me even aan.
“Sterk of heel sterk?”.
“Heel sterk”, was haar antwoord.
Twee flessen rolden uit mijn tas. Een roze en een transparante.
Haar ogen begonnen te fonkelen. De tweede fles zette ik aan haar neus.
“De eerste drie druppels…”, zei ik, waarop ze de eerste drie druppels in haar neus liet lopen.
Ze snoof en ontspande, terwijl ik haar vasthield.

“En jij hebt vast wel een vuurtje, dacht ik zo”, terwijl ik de derde blauwe vlambare fles tevoorschijn haalde.
Ze was onder de indruk, haalde een pakje en haar aansteker uit haar kontzak.
Stak twee sigaretten aan, gaf er een aan mij en zei:
“Op het Radboud! Op ons. Op wij”.
Glimlachend hield ik haar nog altijd vast en gaf haar een zoen en mijn jas.
Het was winterkoud.
“Stukje lopen, partner?”, keek ze me vol vuur in mijn ogen.
“Is goed, Undercover Lover“. Ze stak haar tong naar me uit, zoende me opnieuw.

Waar we eerder samen twee middelvingers opstaken naar een camera van het Radboud, terwijl we verboden zoenend op beeld te zien moeten zijn geweest… heette het meisje van het verslavende kauwgumballenhaar, van de beschadigde armen, de sigaretten, de aansteker en al dat verboden was, toch vooral Manouk.

Een keer werd ik ‘s avonds verwacht, maar was ik te laat bij de ingang.
Ik drukte op de bel. Gelukkig deed Piet open en kneep Piet toch vooral een oogje dicht.
Dit in tegenstelling tot Ad Amen met zijn rollator, die eerder mijn koekjes had gestolen:
“Gekust? Met je zusje? Jij hebt in elk stadje een ander zusje!”.
“Dit was niet mijn zusje, Ad”, keek ik hem vriendelijk aan.
“Oh nee? Wie was het dan wel?!”, keek hij me triomfantelijk aan.
“Ik zal jou eens iets zeggen…”, vervolgde hij.
“Nee, hè. Niet weer bidden!”, zei ik meteen.
“Nee, nee. Wees niet ongerust. Het is dit keer iets anders”.
“Zal mij benieuwen”, keek ik hem niet overtuigd aan.
“Je moet me nu iets zeggen, jongen. En je moet het me zeggen!”.

“En dat is?”.

“Was ze bijzonder knap en kon ze goed zoenen?”.
Ik schoot in de lach. “Zal ik voor jou eens iets sterks inschenken, Ad? Siroop misschien?”.
“Zo heeft God het wel bedoeld. Dat je zoent met alleen maar knappe meisjes.
Vooral jij, knappe jongen! Enne…”
“Enne?”.
“Ik hoef die troep niet, doe mij maar een jenever!”.
“Dank u wel, Ad!”.
“Wel bidden, hè jongen? Je ziet: je weet nooit waar het goed voor is!”.
“Zal ik doen, Ad. Elke avond…”.
“Zie je, je hebt met haar gezoend door mij! En waar is MIJN vrouw?”.
“Die is thuis, Ad.”

“Gadverdamme, haar hoef ik niet. Kan ik niet toevallig die van jou…?”
“Fijne avond, Ad”. Ik sloot lachend mijn deur.
“Wel bidden hè!”, hoorde ik nog net luid en duidelijk aan de andere kant.

“Is zij je denkbeeldige vriendinnetje? Remi heeft denkbeeldige vriendinnetjes, Woltzio”.
Mieke keek me arrogant in de ogen. “Sara bestaat echt”, zei ik verloren.
“Ja, net zoals je topartiest bent. Alles kan hier, dus ik kijk nergens meer van op!
Doe jij je ding, Remi. Dan doen wij het onze”.

Ik stond op.
“Geloof me nou, Mieke! Ik heb Sara twee jaar gekend, was haar beste vriend.
Ik spreek de waarheid!”.
Op dat moment deed ze iets, dat had ze beter niet gedaan. Ze begon in zichzelf te zingen.
Ik kwam met mijn gezicht dicht bij het hare, haalde diep uit en…

“Hè gadverdamme, mijn arm onder jouw spuug.”, zei Woltzio.
“Dat was dus voor Mieke? Dat moet je even uitleggen. Mieke is toch heel lief?”.
“Mieke is een kutwijf. Een KUTWIJF, hoor je me!!!”.
Woltzio was sterk en hield me tegen.

“Je wordt sterker, vriend. Nou, dan moet je me toch maar eens over Sara …ze heet Sara? …vertellen. Mannen onder elkaar, dat gaat vaak beter”.
Hij keek me diep in de ogen als een echte Fries.

“Zo erg kan het toch niet zijn?”, zei mijn beste vriend, toen hij kort daarna bij me op bezoek was in het Radboud.
Ik besloot mijn mond te houden. Wat had het voor zin.
Ik keek hem aan. Waarop hij zei: “Al zegt je gezicht van wel”.

Kort daarna belde ik mijn ex, op dat moment twee jaar mijn ex, terwijl ik belachelijk werd gemaakt door mannen van de verpleging. Ze woonde in Rusland. Ik had geen benul van tijd.
Eén bericht volgde: “Remi, you shouldn’t do that”.

“Mieke, ik weet inderdaad niet langer of ze echt van me houdt”, was ik oprecht naar haar, terwijl we ons allebei in de rook- en pianoruimte bevonden. We hadden het kort over Anaïs.

“Er was wel een klein prinsesje dat me kuste, maar ze was niet denkbeeldig”.
“Huh, wie was dat dan?”.
“Maartje”.
“Hoe oud was ze, als ik vragen mag?”.

“Maartje was rijp, ze was zes”.
“Je loopt me te fucken, Remi!” en ze liep weg.
Ik riep haar zo hard als ik kon:
“Ze was echt zes! En ze zoende als een echte prinses!”.
Zo. Waren we daar ook weer een avond van af!

Kort daarna was ik het gedoe om Sara echt wel zat.
Ik had Mieke weer kunnen strikken voor mijn piano.
Woltzio werd ondertussen waarschijnlijk door een ander bespuugd.
“Het is hier wel koud in deze kleine ruimte, hè!”, zei ze, wellicht om het ijs te breken.
Ik negeerde die opmerking.

Pikkuveli speelde ik voor Mieke op de piano.
“Wat mooi! Wat is dit?”, zei ze me.
“Dat betekent broertje in het Fins.
Sara was niet denkbeeldig”, zei ik kortaf.

Ik vertelde haar over Sara.
Waarop ze me op het hart drukte:
“Lieve Remi, jij hebt haar niet verlaten.
Je kon er niets aan doen, echt!!!
Dat zou ze alleen maar begrijpen”.

“Nee, Mieke. Ze zou alles begrijpen, behalve dit.
Ze had moeite zich te binden.
Moeite om te houden van, en ze had op dat moment alleen mij.
In die wetenschap verliet ik haar”.

“Remi, je hebt haar zo te horen echt wel geholpen.
Je was een fijne steun voor haar, een fijne vriend. Waarschijnlijk zelfs haar beste vriend!
Je kon haar niet langer helpen, omdat je eerst jezelf moest helpen!”.
Ik keek op van de piano en keek haar in de ogen.
“Geloof je me? Je moet dat nooit meer denken, echt niet!”.
Daarop verminkte ik hard de piano. Mieke liet het voor één keer toe.

Ze sloot af met:
“Kom, we gaan nu terug. En sorry wat ik zei over Sara.
Ik weet ook niet meer wat waar is, al is dit van Sara dus echt waar.
Dat van Anaïs klinkt nep, sorry dat ik het zeg.
De komende tijd besteden we daar meer aandacht aan.
Dan praat je gewoon met mij of iemand anders, terwijl je zo mooi piano speelt.
Over wat je wensen zijn. Zou je dat willen, denk je?
Wensen met betrekking tot echte mensen!
Want dat verdien jij, Remi”.

Ik besloot haar toen, om de rust te bewaren, maar niet te vertellen over mijn duivelse plannen met mijn Undercover Lover Manouk.
Kauwgumballenhaar, verminkte armen in de lift, een aansteker na een hevige zoen, sigaretten en drie flessen sterke shit.

Sara zou trots op me geweest zijn.
I’ll Bleed For You.

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.