Een levensecht, herschreven sprookje.

Er was eens…
Een beginnend schrijver die Remi heette.
Hoewel er een oud boek bestond dat suggereerde
dat hij heel alleen was op de wereld,
was hij vastbesloten niet alleen te zijn.
Hij schreef en schreef zijn dagen vol…
Bracht zijn dierbaren,
één voor één,
in bijna tastbare verhalen weder tot leven.
Beleefde zijn geluk opnieuw,
alsof het gisteren gebeurde,
opnieuw omringd door vele anderen.
Tot… er niets meer te schrijven viel…
De punt van zijn platina vulpen plots verstofte,
en de Werkelijkheid binnentrad.
“Zo, zeg. Dit huis is inderdaad goed geïsoleerd!”, zegt een kuchende mannenstem.
“O, dag, Werkelijkheid. U ook hier. Dank u,” stamel ik.
Ik loop naar mijn keukentje en zet twee koppen koffie, zoals gebruikelijk.
“Lekker, mijn kind”, zucht hij, terwijl hij plaatsneemt voor mijn warme kachel.
Werkelijkheid gebruikt evenveel koffiemelk als ik en
heeft zijn dampende kopje bijna even snel leeg.
Hij mag zich weleens scheren, bedenk ik mij,
terwijl ik kortstondig aan mijn baard pluk.
“Beste vrind, nu moet je mij toch eens zeggen…”, begint hij,
terwijl ook hij aan zijn baard plukt.
Hij tovert een dikke catalogus tevoorschijn met de door mij beschreven gezichten.
“Wie van deze dames heb jij nu het liefst weer in je leven?!”
“Alsof het ook maar enig kans heeft”, wend ik emotioneel mijn gezicht af.
Zo zitten we een tijdje met onze gezichten afgewend.
“Jij bent best een moeilijk mannetje, hè”, breekt Werkelijkheid het ijs,
terwijl hij zijn vochtige ogen droogdept.
“Je kunt iemand nog zo mooi beschrijven en tijden herbeleven…”, beantwoord ik de stilte.
“Uiteindelijk gebeurt er niets, speelt het zich slechts af in je hoofd.
Is dat wat je zeggen wilt?”, vult een trieste Werkelijkheid mij aan.
“Het werkte tot voorkort. Het werkte zo goed!”, voorzie ik hem van repliek.
“Denk eens na. Heeft het je in leven gehouden?”, vraagt hij,
na even nagedacht te hebben.
“Ja… Dat was zo”, zeg ik,
waarbij onze daaropvolgende stilte
meer zegt dan dat we zelf uit kunnen brengen.
We zwijgen, tot de klok slaat.
“Misschien ben je dan nu toe aan meer! Het gaat nu beter met je!”, zegt hij plots,
Als hij met een glimlach opstaat, bijna valt.
Verbaasd, en zelf ook uit balans, kijk ik hem aan. “Wat bedoelt u?”
“Het is tijd om weer te gaan leven, Remi!”, zegt hij met zichtbare pretoogjes.
De pret in zijn ogen werkt aanstekelijk, maar ik probeer serieus te blijven.
“Hoe ziet u dat voor u?”, vraag ik hem.
Even serieus als ik beantwoordt hij mijn vraag:
“Niet. En dat is de kracht. Laat je leiden door het Onbekende”
Ik zit inmiddels op het puntje van mijn bank als ik vraag:
“Het Onbekende?”
“Ja, het Onbekende, Remi. Dat is een goede vriend van mij”
Terwijl hij deze woorden uitspreekt, lijkt hij zichtbaar te genieten.
Ik probeer te ontspannen.
“Ziet u het nog voor u, Werkelijkheid?”, vraag ik voorzichtig.
“Alles komt goed, Remi.
Vrinden… of toch vooral vriendinnen,
zoals jij ze beschrijft…”. Hij schiet in de lach.
“Er is ook iemand voor jou.
Iemand die zielsveel van je houdt.
Behoud jouw vertrouwen, alsjeblieft”
Even zie ik het voor mij en
geniet van het levensechte van mijn verbeelding.
Als ik minuten later opkijk, vraag ik
“Had u nog koffie gewild?”
Ik krijg geen antwoord,
starend naar de twee lege koffiekopjes
die voor mij staan.
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Prachtstuk en ik verbeeld het me niet, mooi man