I Am…I Said

Ongelofelijk!
Exact tien jaar later sta ik weer oog
in oog met hen.
Zoals zij mij niet zien, bespied ik ze,
kan mijn ogen niet van ze afhouden.
Ze zijn werkelijk niets veranderd.
De man, op het eerste gezicht een
stugge Fries, heb ik destijds gebeten
in zijn arm, tijdens een
levensechte ontsnapping.
De eerste vrouw naast hem heeft
destijds, tijdens ons avondeten,
haar avocado met me gedeeld,
toen de gemoederen even waren
bedaard…
De tweede vrouw was altijd even
vriendelijk, niet suf, maar alert, en ook
nu komt ze zo op me over.
Er zijn ontelbare andere herinneringen
ze te beschrijven, zo realiseer ik me
terplekke. In tegenstelling tot anderen,
heeft mijn geheugen me nooit laten zitten.
Ik weet werkelijk alles nog,
als ware mijn geest nimmer ziek.
Of dat wenselijk is: ondanks de nadelen,
die er zeker zijn, zou ik beweren van wel.
Het leven draait geheel om vernieuwing;
de anderen die aan tafel zitten, ken ik niet.
Ik kan niet zien wat ze in hun gezamenlijke
pauze nuttigen; dat krijg je kennelijk alleen
te zien, als je met hen samenleeft, zo
bedenk ik me.

Ingehaald door de tijd, heb ik mijn psychiater
van destijds gesmeekt dat te bereiken.
Dolgraag wilde ik met hen binnen de kliniek
werken, niets liever dan dat. Hij heeft me
gewezen op de opleiding tot
ervaringsdeskundige, terwijl ik zijn hand
vasthield en hij deze pas los liet toen hij
meende mij die zekerheid te hebben
geboden, dit afgesloten met:
“Dan zie ik je graag tegen die tijd.
Je kunt het, Remi. Daar vertrouw ik op.”

Enthousiast als ik was, ook bij thuiskomst,
bleek deze opleiding voor mij te intensief.
Dit had te maken met mijn geringe
belastbaarheid van toen.
Daarmee verviel op dat moment
de deur naar de kliniek.
Van alle tegenslagen, was dat er een
die ik als moeilijk
heb ervaren – te meer, omdat het niet
één deur was, die voor mij gesloten bleef,
maar vele.

Gedurende mijn opname
wilde ik hem, mijn arts,
iets tonen. Hij liep naar mijn kamer,
waar zich ogenschijnlijk niets anders
dan een radio bevond. Ik drukte op Play,
waarna de muziek begon te spelen.
Het nummer, I Am…I Said van Neil
Diamond, kwam hem ten gehore,
waarna ik zeer expressief voor hem
gedanst heb, mijn bovenlichaam ontbloot,
sterk vermagerd; bracht mijn moeder en hem,
als mijn arts, in combinatie met dit nummer,
tot tranen.

“I am…,” I said, als in:
“Ik ben…,” zei ik;
niets meer, maar ook niet minder dan dat.
Een lied vol treurnis, en vol kracht.
Het bevatte mijn treurnis, mijn kracht.
Zoals wij dat moment met elkaar deelden,
zo was dat mijn mooiste persoonlijke
moment in de kliniek.

Een paar jaar geleden
besloot ik hem te schrijven.
Inclusief enkele van mijn geschreven
stukken over de kliniek, heb ik de envelop
bij de desbetreffende balie afgegeven.
Dat hij nooit gereageerd heeft,
kon ik, evenals de dubbelzinnigheid van
het nummer, waarbij ik hem in mijn brief
nogmaals vraag om daar te werken, op
twee manieren interpreteren.

Dit is een afgesloten hoofdstuk,
zoals alles daar jaren op gewezen heeft.
Geen opleiding, dan geen vervolg.

De tweede gedachte betrof een open einde.
De kaarten zijn nog niet geschud.
Je hebt nog niet gespeeld,
hebt hem als raadgever niet
langer nodig: zijn enkel bemoedigende
advies en complimenten al ruimschoots
ontvangen!

Dus toen ik ze pas zag die ene dag,
tien jaar later onveranderd…

Kwam ik tot de realisatie,
dat ik dit nog steeds heel graag wil!
Ik wil met ze werken, vind ze erg goed.

En dat mijn kaarten inmiddels
dusdanig geschud zijn,
hard heb ik aan mezelf gewerkt,
de tijd niet bepaald onbenut gelaten;
dat ik de opleiding qua energie
en gezondheid, plus het werk,
nu wél aankan!

Het biedt me in die zin troost
dat ze in tien jaar niet veranderd
zijn, dat de tijd heeft stil gestaan.
Omdat dat laat zien,
dat tien jaar niets is,
en ik nog altijd capabel ben,
of beter gezegd: nu nog meer!
Ondanks mijn toegenomen leeftijd,
31 ben ik inmiddels.

Niets is verloren gegaan, zo blijkt.
Wat zou het heerlijk zijn.
Voorzichtig dromen,
want het kan weer.
Ik mag terecht blij zijn!
Het is voor het eerst na tien
jaar binnen bereik.

Mijn progressie toch beloond!
Ik realiseer me heel goed
dat, naast mijn daadwerkelijk
geboekte vooruitgang die
nieuwe deuren opent naar
nieuwe mogelijkheden,
dat wat ik nu doe dromen is.
Dat sta ik mezelf toe;
realiseer je dat,
zonder te blijven dromen,
ik hier met mijn tegenslag
niet gekomen was.

“Ik ben sterk genoeg,” zeg ik vanaf nu.
Dit behoort tot een van mijn hernieuwde
mogelijkheden, de keuze heb ik nog niet
gemaakt. Samen met andere opties,
heb ik nu keuzevrijheid; daar geniet ik van!

I Am…I Said, Neil Diamond

 

 

Delen:

Ontdek meer van Remi Cornelissen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.