
Gisteren bevond ik me in de Radboud universiteit,
samen met mijn beide ouders. Dit op uitnodiging
van mijn arts, mijn hoofdbehandelaar die bijna
dertig jaar lang mijn vaste arts is geweest, mijn
chirurg bij de vijftig operaties die ik heb ondergaan,
mijn aanspreekpunt in moeilijke jaren en tevens een
vaderfiguur voor mij.
Wie zich afvraagt of ik weinig contacten heb,
zou gisteren het antwoord hebben gekregen.
Van de vele mensen die aanwezig waren,
hoogleraren, artsen, verpleegkundigen, patiënten,
eenieder die, op welke manier ook, verbonden was
met mijn arts, kende ik er daadwerkelijk veel, zoals
bleek dat dit mijn wereld betrof.
En zij kennen mij. Ik had de collegezaal nog
niet betreden of er werd uitgebreid naar mij
gezwaaid, de desbetreffende persoon mij
meteen tegemoet kwam om een praatje te maken.
Dit die middag tot drie maal toe, waarbij zij uitsprak:
“Als ik aan iemand ben blijven denken, ben jij het, Remi.”
Ik herkende de lange man van de Radboud kinder TV,
die ik toevallig slechts twee dagen daarvoor
een mail gestuurd had, om daar te komen werken.
Toen hij mij zag, gaf hij een vriendelijke blijk der
herkenning. Hij was mij ook nog niet vergeten.
Het college dat mijn arts gaf, was minder formeel,
zo stelde ik mij voor, dan zoals zijn collega’s het gegeven
zouden hebben. Er werd veel gelachen, ook de
aanstekelijke lach van mijn vader naast mij, zoals humor
beslist niet ontbrak. Het was bijzonder om mee te maken.
Meermaals herkende ik mezelf in de woorden
van mijn arts, wanneer hij sprak over patiënten
die al dertig jaar onder zijn hoede vielen. Ook
werden er meerdere slides aan mijn zeldzame
aandoening gewijd. Bovendien herkende ik het
haardvuurtje, dat ik bij hem heb geïntroduceerd
toen er geen sprake was van gezelligheid, slechts
ellende, dat afgespeeld werd op zijn scherm, iets wat hij
heeft voortgezet, bij mij en, zo bleek nu, bij anderen.
Dat liet zich zien in het gegeven dat het haardvuurtje
al brandde, nog vóór ik zijn onderzoekskamer betrad,
waarbij hij mij telkens aankeek met een blik van “Verrassing!”.
Kennelijk liet hij het vuurtje ook voor zichzelf branden,
zoals er voor zijn scherm op de foto die ons getoond werd,
nu een worstenbroodje te zien was!
Toen wij eenmaal, geheel onder de indruk na luid applaus,
de zaal verlieten, werden we één met de menigte, een kolkende
massa, goed gehumeurd na wat ze gezien hadden, vastbesloten
om mijn arts een laatste keer te groeten en daarmee afscheid van
hem te nemen.
Stemmen galmden overal in de ruimte,
het licht dat op de vastgehouden glazen
viel, de doorschijnende kleuren van
ondermeer wijn, bier en appelsap.
Een gesprek is gauw aangekoppeld,
zoals ik even naar de wc was en mijn
moeder al in gesprek was geraakt
met iemand die mij, ons, ook al langer
kende.
Toen dat gesprek eenmaal beeïndigd was,
werden we kort daarna aangesproken
door bekende gezichten, die niet ieder van
ons meteen kon plaatsen.
Ik herkende haar meteen.
We hadden elkaar op MSN
en nu nog altijd op Facebook.
Ik vond het leuk haar terug te zien,
na zoveel jaar. Een medestander,
een gelijkgestemde, van mijn leeftijd.
Van het één komt het ander;
het is waarschijnlijk dat ik me
weer bij de patiëntenvereniging voeg,
met als doel ouders en kinderen voor
te lichten over het verloop van onze
zeldzame aandoening, als ook het
onder gelijkgestemden zijn, mensen
van onze leeftijd. Ze sprak daarbij
over tien mensen, tien in dezelfde
leeftijdsfase. Dat vind ik de moeite!
Het afscheid van mijn arts,
waarbij hij gemoedelijk mijn
handen in de zijne nam, we de
laatste woorden wisselden,
woorden van betekenis en
dankbaarheid en hij een
laatste keer zei:
“Houd ze bezig, hè!”
Dat had ik niet willen missen.
“Je komt wel?”,
vroeg ze nog vóór onze
wegen zich scheidden.
“Wordt vervolgd!” zei ik
met een alleszeggende glimlach,
onze laatste woorden, waarna
we uit elkaar gingen.
Zo zie je hoe van het één
het ander komt.
Waar het één een einde lijkt te betekenen,
gaat het ander verder. Een nieuw begin.
En zo zou mijn arts het beslist gewild hebben.
Ontdek meer van Remi Cornelissen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Heel mooi geschreven weer Remi