Hoe komt het dat we wel naar iemands noodgreep kunnen kijken, maar desondanks nog altijd niet bij machte zijn hem of haar daar volledig uit te trekken, is het grootste vraagstuk van deze tijd. Zo geeft iemand bijvoorbeeld te kennen geen vrienden te hebben, wat tot de uiterste vorm van kwetsbaarheid behoort. De lichtgevende schermen waarin dat beeld gevangen zit, hebben plots diepte en betekenis gekregen, terwijl andere ogen, vaak vanuit het holst van de nacht, gadeslaan en tevens een gevoel van herkenning en medeleven creëren, nog vóór de nieuwe dag begint.
Wat uitgesproken wordt, is niet geheel onwaar; de verkregen donkere blik hoefde niets af te doen aan de onderliggende waarheid. Wanneer iemand spreekt van een blijvend noodlot en dat maar niet kwijt weet te raken, tegen veel dappere pogingen in… wordt dit eigenlijk gelijktijdig bevestigd door de uitsluitend aanschouwende ogen die zich aan de andere kant bevinden. Weliswaar welwillend, maar met welwillendheid koop je tegenwoordig niets meer. En zo blijft de noodgreep een noodgreep, meer dan eens gevolgd door nieuwe pogingen, maar helaas met eenzelfde resultaat.
Mensen leven langs elkaar. De eigenlijke kern die er niet om liegt. Je hoort het in elke smeekbede terug.
Dat herken ik bij mezelf.
Iemand van mijn leeftijd had zo een vriendin kunnen zijn, zit in schrijnende problemen zonder dat ze vrienden heeft. Ik volg nauwgezet alles wat zij doet. Ze woont in Leuven; dat is amper twee uur rijden. Ik ben weliswaar beperkt in mijn mobiliteit… en dus blijft alles zoals het is.
Een denkbeeldige arm om haar schouder zal nooit hetzelfde zijn. Begrijp me niet verkeerd: dat is maar goed ook!
Als je eenieder van ons samen zou brengen, bestond het probleem waarbij je je niet verbonden voelt met anderen niet meer. Uiteindelijk kun je slechts dromen van meer verbondenheid, net als zij. En dat maakt de cirkel rond. Je bent geen haar beter, biedt geen magische oplossing.
Alsof het, inderdaad, zo heeft moeten zijn.
– Handgeschreven met vulpen


Geef een reactie